Bij een ramp zijn de woorden
vaak eerder dan de sirenes.
“Onvoorstelbaar leed, beelden die niemand onberoerd laten, onze gedachten bij de betrokkenen.”
Oprechte woorden, maar zo vaak gesproken dat zelfs verdriet een standaardzin kan krijgen.
Dan komt de dichter.
Niet om te vertellen hoeveel huizen er brandden, hoeveel hectare zwart werd of hoeveel mensen moesten vluchten.
Maar om te schrijven:
“Het vuur is uit, de muur staat nog, maar thuis is nergens meer.”
Daar kan kunst iets wat een nieuwsbericht niet kan.
Feiten vertellen wat verloren ging. Poëzie probeert te vertellen wat verlies betekent.
Soms met één regel die langer blijft hangen dan een heel persbericht.
En soms met een regel waarvan je denkt: diep… óf iemand is zijn komma kwijt.
Deze zomer brandde het opnieuw op verschillende plaatsen in Europa.
Het vuur dooft. De rook verdwijnt. Maar wat achterblijft laat zich niet wegblussen.
In Piets Uitspraak zoekt Piet vanavond naar woorden voor wat het vuur achterlaat.
De lucht vertoont blauwe gaten en het vee legt zich neer.
Kijk en kom tot rust, keer op keer.
Zo hoort u de poëzie of dichtkunst in twee zinnen. Er bestaan Poëzie-festivals, en daar komen best mensen op af en worden sommige dichters met hun voordrachten daar vaak voor even beroemd. Maar dan word u als aanwezige toeschouwer platgeslagen met talloze woorden. Die woorden staan dan vaak wel op een ongewonere manier in de zinnen. Het zijn vaak geen zinnen, maar gedachten over gebeurtenissen en ervaringen van de maker.
Hij of zij kan wat er voorgedragen wordt dan echt meegemaakt hebben of verzonnen hebben. Of het kwam bij de gedichtenmaker via een nachtmerrie naar binnen. Sommige gedichtenmakers, ook wel poëten genoemd, mogen dan van een uitgever een boekje uitbrengen. Vaak is dat boekje vrij leeg en ook wel vrij dun. Ieder gedicht staat duidelijk te zijn op een eigen bladzijde in dat boekje. Wie koopt nou die Poëziebundels? Nou, heel weinig mensen, want de oplage is vaak heel klein. Misschien dat de maker er wat meer verkoopt als een gedicht bekend wordt of als er een goede recensie over is verschenen in een krant of tijdschrift.
Na deze inleiding beperk ik me tot wat schrijfsels van dichters die over Vuur en Brand gaan. Nogal actueel deze zomer. In de klassieke Griekse filosofie gold vuur als een van de vier elementen waarmee men de wereld probeerde te verklaren. Vuur heeft een verwoestende werking en gaat samen met angst en dood. Maar vuur kan ook een begin zijn van opschoning of dus een nieuwe start. Er zijn mensen die hun schrijfsels soms zelf verbranden in een ton achter op het erf. Omdat ze die niet goed genoeg vonden of omdat het de brieven waren van een ex-geliefde. Dan komt na de liefde de haat. Na de schoonheid komt de lelijkheid van bv. de verschroeide aarde. Waar dan weer in de loop der tijd hopelijk weer wat nieuwer en moois gaat ontstaan.
Ter afsluiting slechts twee gedichten of gedachten.
Dan sla ik u niet plat met een stortvloed aan teksten.
Eerst een beroemde Engelse frase uit een van de bekendste popsongs over vuur: Fire van The Crazy World of Arthur Brown uit 1968. En dan een fragment uit ‘Opa’ van Bart Chabot, opgenomen in de bundel Ooievaarsblues uit 2024.
Fire van Arthur Brown :
“I am the god of hellfire
And I bring you Fire!
I’ll take you to burn,
I’ll see you burn”.
In deze tekst zie een oud religieus beeld, waar vuur wordt verbonden met hel en straffe gods.
“Opa’, fragment van Bart Chabot:
“Op vrijdag de dertiende werd ie gecremeerd
vanaf die dag ging ik sigaren roken
om zijn lucht vast te houden
Oma, ik ga een sigaar opsteken, een bolknak,
dan ruikt het huis naar opa.”
In dit tweede gedicht heeft vuur een positieve inbreng. Maar een waarschuwing als slot:
“Gooi uw peuk niet in de natuur,
want dat is tegenwoordig veel te duur.
Een artiest had vroeger één groot voordeel: als een plaat vals klonk, wist je tenminste wie je de schuld kon geven.
De naam stond op de hoes, de muzikanten in kleine letters achterop en ergens zat een producer die beweerde dat het expres zo bedoeld was.
Tegenwoordig is de maker steeds vaker onzichtbaar.
We horen een stem, zien een gezicht en lezen een tekst, maar weten niet altijd meer wie er werkelijk achter zit.
Dat is niet alleen een technisch probleem, het raakt ook aan vertrouwen.
Kunst mag ons bedriegen.
Sterker nog, een goede film of een mooi lied doet dat voortdurend.
Maar er is een verschil tussen je vrijwillig laten meenemen in een verhaal en ongemerkt worden misleid over wie dat verhaal heeft gemaakt.
De vraag is daarom niet of techniek in kunst thuishoort.
Muziek heeft altijd instrumenten, studio’s en slimme trucs gebruikt.
De vraag is wie verantwoordelijkheid neemt wanneer een truc een identiteit wordt.
Op 2 augustus zijn in de Europese Unie nieuwe transparantieregels voor bepaalde AI-inhoud gaan gelden.
De wet loopt dus inmiddels mee, maar gezond wantrouwen blijft gratis.
In cultuur kijkt Piet hoe mens en machine elkaar kunnen helpen, zonder dat de mens zijn naam, stem of verstand bij de garderobe hoeft af te geven.
P: De snelle opkomst van kunstmatige intelligentie roept veel vragen op. Wij geven daar graag antwoord op.. zover wij dat weten althans!
B: Wat zijn bijvoorbeeld autonome AI-agenten? P: Dat zijn computerprogramma’s die zelfstandig opdrachten uitvoeren, zonder dat een mens iedere stap apart hoeft goed te keuren. In verkeerde handen kunnen zulke programma’s computersystemen binnendringen of in korte tijd grote hoeveelheden informatie verzamelen.
B: En wat is generatieve AI? P: Dat is kunstmatige intelligentie die zelf teksten, afbeeldingen, muziek, video’s en stemmen kan maken. Deze techniek kan zelfs artiesten en bekende personen nadoen. Soms gebeurt dat zo overtuigend dat echt en nep bijna niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.
B: Hoe moeten gewone burgers hiermee omgaan? P: Door kritisch te blijven, sterke wachtwoorden te gebruiken en verdachte berichten of beelden niet zomaar te vertrouwen. Een persoonlijke digitale controleur inhuren is voor de meeste mensen natuurlijk geen optie. En eerlijk gezegd wil je ook niet de hele dag iemand naast je hebben die roept dat je wachtwoord uit 2007 echt niet meer kan.
B: Zijn er goede opleidingen om AI beter te begrijpen? P:Ja, universiteiten en hogescholen bieden steeds meer opleidingen en cursussen over kunstmatige intelligentie, techniek en digitale veiligheid. Maar één opleiding is niet genoeg. De ontwikkelingen gaan zo snel dat deskundigen zich hun hele loopbaan moeten blijven bijscholen. Wat vandaag modern is, kan morgen alweer digitale antiek zijn.
B: Kunnen we de experts op televisie, internet en in podcasts altijd vertrouwen? P: Niet automatisch. Veel mensen noemen zichzelf AI-deskundige, maar hun kennis en onafhankelijkheid verschillen. Sommigen werken voor bedrijven, universiteiten of ministeries. Daarom is het belangrijk om te weten wie hun werkgever is, waarop hun uitspraken zijn gebaseerd en of hun bevindingen door anderen worden gecontroleerd.
B: Hoe houden we experimentele AI veilig? P: Door zulke programma’s eerst in een afgesloten digitale omgeving te testen. Dat heet ‘sandboxing’. De AI kan daarin opdrachten uitvoeren, maar krijgt niet zomaar toegang tot het internet of belangrijke computersystemen. Zie het als een digitale zandbak: spelen mag, maar voorlopig wel onder toezicht.
B: Hoe weten we of muziek, kunst of een stem door AI is gemaakt? P: Dat moet duidelijk worden vermeld. Goede etikettering helpt luisteraars en kijkers om te herkennen wat echt is en wat door een computer is gemaakt.
B: Hoe beschermen we gezichten en stemmen van mensen? P: Met strengere regels tegen deepfakes. Een deepfake is een nepvideo, nepfoto of geluidsopname waarin iemand iets lijkt te zeggen of doen wat nooit werkelijk is gebeurd.
B: Hoe voorkomen bedrijven grote digitale schade? P: Door hun beveiliging te verbeteren en AI-systemen streng te controleren. Een AI-agent kan binnen enkele uren duizenden handelingen uitvoeren. De schade ontstaat daardoor snel, terwijl herstel dagen of zelfs maanden kan duren.
B: En wat doen we tegen hackers die systemen blokkeren en geld eisen? P: Bedrijven moeten goede reservekopieën, beveiliging en noodplannen hebben, zodat ze minder afhankelijk worden van criminelen.
P: Kortom: duidelijke wetten, goede opleidingen, sterke beveiliging en onafhankelijke controles zijn hard nodig.
P: De belangrijkste les blijft daarom eenvoudig: B: “AI kan fouten maken. Controleer dus altijd veranderingen, verstoringen en reacties.”
P: Oftewel: AI kan veel, maar zelf blijven nadenken blijft voorlopig onmisbaar.
Een zeldzaam natuurverschijnsel heeft één groot voordeel boven een langzaam probleem: het haalt meteen de camera’s.
Voor iets dat een paar minuten duurt reserveren mensen een hotel, zetten ze een wekker en rijden ze desnoods honderden kilometers.
Veranderingen die zich jaar na jaar opstapelen zijn veel lastiger voor ons hoofd.
Die hebben geen duidelijk startschot, geen aftelklok en meestal ook geen souvenirbrilletje.
Dat verschil zegt iets over hoe wij nieuws beleven.
Een spectaculair moment voelt dringend, terwijl een trend pas opvalt als je er lang genoeg naar kijkt.
Wetenschap werkt juist andersom: niet één warme dag of één koude week is doorslaggevend, maar de reeks metingen erachter.
En toch hebben we die bijzondere momenten nodig, want verwondering maakt ons nieuwsgierig.
Misschien is dat wel de beste combinatie: omhoogkijken voor het wonder en daarna weer naar beneden kijken naar wat er hier op aarde gebeurt.
Piet pakt in zijn Uitspraak van vanavond precies zo’n moment bij de kop.
Er zit een heuse zonsverduistering aan te komen nu in augustus.
Die is in Nederland gedeeltelijk en redelijk goed te zien, maar in delen van Spanje wordt de zon zelfs volledig verduisterd en zal dus duidelijker te zien zijn. En wel op woensdag 12 augustus ongeveer tussen 20.26 en 20.33 uur. De fans die dit mee willen maken gaan vanuit heel Europa richting Spanje. Misschien wel met het vliegtuig of de auto. En ze plakken er meestal een aantal dagen aan vast om de cultuur of wat vrije tijd nog leuk in te vullen daar. Na en tijdens deze zomer met vele natuurbranden hopen bezoekers het verschijnsel rustig te kunnen beleven.
Ja, zo’n zonsverduistering kan plaatselijk even invloed hebben op de temperatuur. Doordat de maan tijdelijk het directe zonlicht tegenhoudt, kan de lucht enkele graden afkoelen. Maar om voor een paar minuten dat live te gaan aanschouwen en dat nog heel ver hier vandaan is voor menigeen wel “een ver van mij omhoogkijken-show”.
Nu is in de titel natuurlijk de hypothetische vraag gevallen of die verduistering de huidige te hoge temperaturen gaat tegenhouden in de atmosfeer. Voor heel even natuurlijk dan wel.
Ik leg nu de vergelijking met de klimaatopwarming-ontkenners. Die mensen zeggen dat de nu wel heel snelle veranderingen in het klimaat toeval zijn en natuurlijk ook van tijdelijke aard zijn. Dus dan is dit verschijnsel niet wetenschappelijk, maar wel te vergelijken met deze tijdelijke zonsverduistering.
Maar tijd is zeker een relatief begrip hier. Rond het einde van de middeleeuwen was er een kleine ijstijd in Nederland. Wat moeten de mensen het toen in hun tochtige huizen koud gehad hebben. Maar die kleine ijstijd hield, met de nodige schommelingen, enkele eeuwen aan. Dat is ook al kort in de wereldgeschiedenis. De huidige opwarming verloopt bijzonder snel: volgens het IPCC in een tempo dat in minstens tweeduizend jaar niet is voorgekomen, maar is wel heel ontwrichtend. Dat kan niet meer ontkend worden en daar moet wereldwijd heel veel aan gaan gebeuren. Zeker om nog genoeg schoon (drink)water te hebben voor al die mensen, dieren, planten en de hiermee samenhangende ecosystemen.
We hopen maar dat we niet alleen ons geld aan reisjes uitgeven om naar natuurverschijnselen te gaan kijken, maar ook geld en energie over hebben om verdere klimaatverandering tegen te gaan en onze leefomgeving te beschermen.
Tegenstellingen versterken zich in verbonden visies
00:00
00:00
Wij mensen zijn dol op etiketten.
In een platenzaak is dat handig: soul links, jazz rechts, punk ergens waar de hoes al een beetje scheef staat.
Maar zodra we hetzelfde met mensen en ideeën gaan doen, wordt het ingewikkelder. Dan verandert een naam al snel in een oordeel en een verschil van mening in een complete identiteit.
Juist cultuur laat al eeuwen zien dat het interessant wordt wanneer vakjes gaan lekken. Muziekstijlen mengen, generaties nemen dingen van elkaar over en opvattingen die ooit vreemd leken, worden later soms heel gewoon.
Dat betekent niet dat iedereen alles prachtig moet vinden. Een vrije samenleving is geen applausmachine. Je mag kritiek hebben, je mag twijfelen en je mag zelfs stevig botsen. De kunst is alleen om verschil niet meteen als bedreiging te behandelen.
Want wie alleen nog praat met mensen die precies hetzelfde denken, krijgt misschien veel gelijk, maar weinig nieuwe gedachten.
Met dat spanningsveld in het achterhoofd komt Piet vandaag bij Cultuur.
In het ene werelddeel zijn in Europa deze zomer weer de vele feesten en tegelijkertijd de manifestaties om vooral iedereen te laten zijn wat hij of zij of het wil zijn in het leven.
En daar tegenover zien we bv. in de Verenigde Staten en ook nog wel in sommige Europese staten een teruggang in die vrijheden voor de verschillende mensen.
Ook in verschillende landen in Afrika en Azië staan de rechten en vrijheden van lhbtiq+-mensen onder druk.
Die verschillen worden bijvoorbeeld door de Amerikaanse regering al jaren weer negatief benadrukt.
Ook worden in de Verenigde Staten maatregelen genomen die de positie en vrijheden van bepaalde groepen, zoals transgender personen, verder beperken.
In de Verenigde Staten zijn onderzoeksbeurzen en wetenschappelijke projecten ook al stopgezet omdat bepaalde onderwerpen niet meer binnen de politieke of beleidsmatige prioriteiten vielen.
Alsof je met ontslagen en verboden in de wetenschapsonderzoeken wat kan veranderen bij die mensen.
Je kunt niet iemand veranderen van een donkere huid naar een blanke huid of een homoseksueel bijscholen in de heterokunde.
Of onderzoeken stopzetten, terwijl die vaak vooruitgang betekenen op allerlei vlakken.
Hier komt een term om de hoek kijken waar bepaalde groepen van gaan bibberen of die nog ergere reactie gaan vertonen.
Dat is de term Woke.
Wat niet bevalt aan uitingen of filosofieën wordt neergezet als iets engs.
Mensen en ideeën die als ‘woke’ worden bestempeld, zouden volgens tegenstanders duivelse ideeën en normen de maatschappij in willen duwen.
Alsof die groepen die tegen bepaalde houdingen en levenswijzen zijn niet snappen dat hun ideologie net zo goed iets vertegenwoordigt als bijvoorbeeld starheid.
Niet goedvinden of willen begrijpen dat zijzelf ook wel voor beroering zorgen met hun afwijzing van mensen die zij als ‘woke’ beschouwen.
Dat is de bekende balk in het eigen oog niet zien.
En ook de buitenlandse werknemers, waarvan velen van ooit immigranten echte inwoners zijn geworden met paspoorten en roots in de USA.
Je hoeft niet het met alles eens te zijn, maar waarom is het nu zo moeilijk om met elkaar te leven.
Wat zijn de gevaren dan?
Want die buitenlanders hebben banen in de sectoren die ook nodig zijn voor de economie van zo’n land en het etiket ‘woke’ zegt bovendien niets over de vraag of iemand vreedzaam of gewelddadig is.
Nee, het gaat fout in het negatieve uitgangspunt dat men niet kan velen dat er mensen anders leven dan zijzelf.
En daar willen ze ook niets van zien.
Als lesmateriaal over het menselijk lichaam, seksualiteit of gender om politieke redenen wordt beperkt, dan zitten die culturen op een hellend vlak.
Dan dringt zich vanzelf de historische vraag op waar censuur uiteindelijk ophoudt: bij lesmateriaal, boeken, muziek?
Nou, diverse boeken en lesmateriaal zijn al vervangen door de nodeloze stroom van meestal anonieme haatmails, om mensen bang te maken.
We kunnen toch niet voor ieder groepje een apart land gaan aanwijzen?
Nee, het is absoluut noodzakelijk om samen te leven met veel minder beschadigingen voor allerlei groepen.
Kunnen de Verenigde Naties daarin niet een veel dikkere voortouw nemen?
Dan kunnen meteen ook nog oorlogen worden voorkomen door de dialoog te zoeken en om zo de vrede en het voortbestaan van deze planeet te kunnen verzekeren.
Goedenavond allemaal, en welkom bij een bijzondere uitzending. Elke laatste uitzending van de maand transformeren wij, deMuziekExperts, naar ‘deDiscografievan…’ het programma waarin we ons onderdompelen in het muzikale werk van één artiest of band.
Niet alleen de bekende hits passeren de revue, want juist de minder bekende parels draaien we vandaag vol overtuiging.
Dat wisselen we af met verhalen, anekdotes en achtergrondinformatie, niet alleen over de artiest of band zelf, maar ook over de nummers die we laten horen. Onze vaste rubrieken laten we deze uitzending even links liggen; vanavond draait alles om de muziek.
En deze maand staat er een grote in de schijnwerpers: Fleetwood Mac. Van de ruige, bluesy jaren met Peter Green tot de wereldberoemde popband met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham. Piet duikt in de oude, originele Fleetwood Mac, en ik, Bas, neem jullie mee door de nieuwe, latere variant. Een avond vol muziek, verhalen en ontdekkingen — welkom bij deDiscografievan Fleetwood Mac!
Dat was Fleetwood Mac met Oh Well, geschreven door Peter Green en gebouwd rond een gitaarriff die nauwelijks ademhaalt voordat hij alweer toeslaat. Het nummer verscheen in 1969 en bestaat eigenlijk uit twee verschillende werelden. Het eerste deel is kort, hard en elektrisch: droge zang, felle gitaar en een ritme dat meteen vooruit wil. Het tweede deel is veel langer, grotendeels instrumentaal en bijna filmisch, met akoestische gitaar, blokfluitachtige klanken en een sfeer die alle haast uit de kamer haalt.
Die tegenstelling laat goed horen hoe breed Peter Green toen al dacht. Fleetwood Mac was niet alleen een bluesband die stevig kon spelen; Green wilde ook ruimte maken voor stilte, spanning en klassieke invloeden. De band kon in één nummer zowel de deur intrappen als voorzichtig door het raam naar buiten kijken.
In Nederland werd Oh Well een nummer 1-hit. Op 1 november 1969 werd het bovendien de allereerste Alarmschijf van Radio Veronica.
Daarmee is dit niet alleen een van de sterkste platen uit de vroege Fleetwood Mac-periode, maar ook een stukje Nederlandse radiogeschiedenis: een riff als een stormram, gevolgd door muziek die ineens de gordijnen dichttrekt.
Dat was Fleetwood Mac met Rattlesnake Shake, afkomstig van het album Then Play On uit 1969. Peter Green schreef en zong het nummer, maar het is vooral een opname waarop de hele band als één zwaar rollende machine klinkt. John McVie legt een diepe, beweeglijke bas neer en Mick Fleetwood speelt een ritme dat voortdurend lijkt te duwen en te schudden. De titel en tekst zitten vol dubbelzinnigheden, maar muzikaal draait het vooral om spanning, ritme en improvisatie.
Als single bleef Rattlesnake Shake in Nederland in de Tipparade steken. Op het podium kreeg het nummer echter een tweede leven. Fleetwood Mac kon het tijdens concerten uitrekken tot lange jams van twintig minuten of meer, waarin Green, Danny Kirwan en de ritmesectie steeds verder van de studioversie afdwaalden.
Juist daarom hoort dit nummer thuis in een overzicht van de eerste bezetting. Het laat horen dat Fleetwood Mac toen geen keurige hitmachine was, maar een avontuurlijke liveband: ruwe blues aan de basis, psychedelische rock erbovenop en genoeg ruimte om onderweg compleet de weg kwijt te raken — maar dan wel muzikaal verantwoord. En juist daarin lag toen hun grootste kracht.
Dat was Fleetwood Mac met de oorspronkelijke versie van Black Magic Woman. Peter Green schreef het nummer en de band bracht het in 1968 uit als single. Het werd in Groot-Brittannië een bescheiden hit, maar groeide later uit tot een van Greens bekendste composities. De kracht zit niet in volume of snelheid, maar in beheersing. De mineurakkoorden, het trage ritme en Greens zuinige gitaarspel geven het nummer een donkere, bijna bezwerende sfeer.
Twee jaar later maakte Santana er een veel grotere internationale hit van. Carlos Santana koppelde Black Magic Woman aan Gypsy Queen en voegde Latin-percussie en een warmer, dansbaarder geluid toe. Daardoor denken veel mensen eerst aan Santana, terwijl de melodie, tekst en dreiging uit de wereld van Peter Green komen.
De bandgeschiedenis kreeg later een mooi slotakkoord: in 1998 speelde Green het nummer samen met Santana bij zijn inhuldiging in de Rock and Roll Hall of Fame. Black Magic Woman werd dus groter dan Fleetwood Mac zelf, maar de kern bleef herkenbaar: weinig noten, veel gevoel en een gitarist die precies wist wanneer hij níét moest spelen. Dat is minder spelen, maar veel meer zeggen.
Dat was Fleetwood Mac met Need Your Love So Bad. Het nummer was al in 1955 opgenomen door de Amerikaanse rhythm-and-blueszanger Little Willie John, maar Fleetwood Mac gaf het in 1968 een heel eigen karakter. Peter Green zingt hier niet als een stoere bluesman die zijn verdriet probeert weg te lachen. Hij klinkt klein, kwetsbaar en werkelijk afhankelijk van degene tot wie hij zich richt.
Ook zijn gitaarspel is opvallend beheerst. Green laat stiltes vallen, trekt noten langzaam open en gebruikt geen solo om indruk te maken, maar om het verhaal verder te vertellen. Producer Mike Vernon liet strijkers toevoegen, waardoor de opname een bijzonder mengsel werd van Britse blues, soul en bijna romantische pop.
In Nederland sloeg die combinatie sterk aan. Need Your Love So Bad bereikte nummer 7 in de Top 40 en bleef 21 weken genoteerd. Daarmee werd het een van de grootste Nederlandse successen van de eerste Fleetwood Mac.
Dit nummer laat misschien wel het duidelijkst horen waarom Peter Green zo geliefd bleef: hij hoefde niet te schreeuwen om intens te klinken. Eén gebogen gitaarnoot en je wist eigenlijk al genoeg.
Dat was Fleetwood Mac met Albatross, de instrumentale compositie waarmee Peter Green in 1968 bewees dat stilte soms harder kan binnenkomen dan een complete muur van gitaren. Het nummer heeft geen zang, geen traditioneel refrein en nauwelijks een duidelijke climax. Toch roept het binnen enkele seconden een volledig landschap op: een kalme zee, langzaam bewegende lucht en een vogel die zonder zichtbare inspanning boven het water blijft hangen.
De gitaren van Green en Danny Kirwan schuiven behoedzaam langs elkaar. John McVie houdt met zijn bas de bodem vast, terwijl Mick Fleetwood met zachte slagen en cimbalen een bijna golvende beweging maakt. Alles draait om ruimte, timing en klank.
Albatross werd een nummer 1-hit in Groot-Brittannië. In Nederland bereikte de oorspronkelijke uitgave nummer 4; bij de heruitgave in 1973 kwam het nummer zelfs tot plaats 2. Daarmee bracht Fleetwood Mac instrumentale blues naar een veel groter publiek.
Het bijzondere is dat de band vrijwel niets forceert. Geen grote solo, geen dramatische uithaal. Alleen beheersing. Drie minuten waarin ogenschijnlijk weinig gebeurt, terwijl de hele sfeer langzaam onder je huid kruipt. Precies daardoor blijft het nummer zo tijdloos klinken.
Dat was Fleetwood Mac met The Green Manalishi, With the Two Prong Crown, de laatste single die Peter Green in 1970 als bandlid met Fleetwood Mac opnam. Het nummer ontstond uit een angstige droom waarin Green een groene hond zag. Hij legde uit dat die figuur verbonden raakte met geld, hebzucht en de manier waarop bezit mensen kan beheersen.
Dat maakt de tekst beklemmend. Dit is geen uitstapje naar mystiek of fantasie, maar muziek uit een hoofd dat minder rust vond. De zware riff, schurende gitaren en spookachtige achtergrondgeluiden versterken dat gevoel. Zelfs de titel klinkt alsof er iets voor de deur staat dat je liever niet binnenlaat.
De single bereikte nummer 10 in Groot-Brittannië en nummer 8 in Nederland. Toen het nummer hier in de Top 40 stond, had Green Fleetwood Mac al verlaten. Daardoor kreeg de plaat achteraf de betekenis van een afscheid.
The Green Manalishi laat horen hoe ver Green zich van de traditionele blues had verwijderd. Het is zwaar, psychedelisch en dreigend: een eindpunt van de eerste Fleetwood Mac, maar ook een blik vooruit naar hardere rock. Judas Priest zou het nummer later jarenlang blijven spelen.
We gaan meteen vol gas verder, want na die rustige klanken waarmee we deel één afsloten, verras ik jullie nu met iets heel anders.
Dit is Fleetwood Mac met Go Your Own Way, van het album Rumours uit 1977. Eigenlijk is dit een woedende liefdesbrief.
Gitarist Lindsey Buckingham schreef het over zijn breuk met bandgenote Stevie Nicks, en spaarde haar niet: hij beschuldigt haar er zo goed als openlijk van steeds nieuwe mannen te versieren. Stevie vond dat onterecht en kwetsend, en moest het toch elke avond meezingen.
Ook muzikaal is het bijzonder: het opzwepende drumpatroon van Mick Fleetwood ontstond per ongeluk, omdat hij het tomtom-idee van Lindsey verkeerd begreep. Precies dat foutje werd de stuwende kracht achter een van de grootste rocksingles van de jaren zeventig. Zet je schrap, hier komt Go Your Own Way.
Van pure woede naar pure magie. We blijven in dezelfde explosieve sfeer, maar Stevie Nicks neemt nu zelf het woord met haar allereerste grote Fleetwood Mac-hit: Rhiannon, van het gelijknamige album uit 1975.
Stevie schreef het nummer in amper tien minuten, nadat ze in een boekje genaamd Triad een personage tegenkwam dat bezeten raakte door een geest met die naam.
Pas later, jaren later zelfs, ontdekte ze dat Rhiannon ook echt bestaat: een Welshe godin uit de Mabinogion, godin van paarden en vogels, die op je pad verschijnt als er gevaar dreigt. Stevie wist daar niets van toen ze het schreef, en toch klopte alles precies.
Ze noemde het zelf later een lied over een vrouw die zich door niemand laat vastbinden, altijd in beweging, altijd vluchtig als de wind. Het werd haar handtekeningnummer binnen de band.
Waar Lindsey met Go Your Own Way de aanval opende, gaf Stevie Nicks daarna het perfecte antwoord: Dreams, van Rumours uit 1977, en tot op vandaag het enige nummer waarmee Fleetwood Mac de nummer één in Amerika haalde.
Stevie schreef het in een studio in Sausalito, in een gek zwart-rood vertrek dat eigenlijk van Sly Stone was, terwijl ze op een fluwelen bed zat met een klein cassettertje. Binnen tien minuten stond het er. Ze liep terug naar de bandleden en zei doodleuk: luister eens, ik denk dat ik iets heb wat jullie willen horen.
Waar Lindsey haar in zijn nummer beschuldigde, bleef Stevie juist sereen en filosofisch: ze zingt over onweer en regen die alles relativeren, zonder ooit echt bitter te worden.
Veertig jaar later kreeg het nummer trouwens een tweede leven, dankzij een viral video van iemand die skateboardend cranberrysap dronk.
We reizen nu terug in de tijd, met Gypsy, van het album Mirage uit 1982.
Stevie Nicks schreef dit nummer al rond 1979, als een nostalgische blik terug op haar armlastige jaren met Lindsey Buckingham in San Francisco, toen ze haar matras van bed af op de vloer legde en zich weer helemaal zichzelf voelde.
Maar tegen de tijd dat het nummer werd opgenomen, kreeg het een veel zwaardere lading.
Haar beste vriendin Robin Anderson lag op dat moment op sterven aan leukemie, en er kwam een zin bij die Stevie speciaal aan haar wijdde, over Robins stralende ogen die ze nog altijd voor zich ziet. Robin overleed kort na de release, en Stevie trouwde later, uit verantwoordelijkheidsgevoel, zelfs kort met Robins achtergebleven man.
Gypsy is dus tegelijk een lied over vrijheid en over verlies, en bleef Stevies meest gespeelde nummer van dit album.
Tijd voor een andere kant van de band: Christine McVie, met Little Lies, van het album Tango in the Night uit 1987.
Christine schreef het samen met haar toenmalige man Eddy Quintela, al zei ze later zelf tegen Mojo dat zijn bijdrage minimaal was en dat de tekst niet over hem ging. Veel aannemelijker is dat het lied teruggrijpt op haar eerdere, stukgelopen huwelijk met bandgenoot John McVie: een liefde die voorbij is, maar waarbij je toch liever een troostende leugen hoort dan de harde waarheid, met Lindsey Buckingham en Stevie Nicks op de achtergrondharmonieën.
Het werd Fleetwood Macs laatste top tien hit in Amerika en Christines eerste top tien notering ooit als zangeres in eigen land Engeland. Bijna tien jaar na Rumours bewees de band dat ze nog steeds wisten hoe je een hit schrijft.
En dan sluiten we dit blok af zoals het hoort: groots en positief, met Don’t Stop, van het album Rumours uit 1977.
Ook dit nummer gaat over een uit elkaar vallend huwelijk binnen de band, dat van Christine en bassist John McVie. Maar in tegenstelling tot Go Your Own Way is er hier geen wrok te bespeuren. Christine zingt dat het verleden voorbij is, en kijkt daarmee bewust vooruit in plaats van achterom.
Dat optimisme sloeg ook aan buiten de band: in 1992 gebruikte Bill Clinton het als campagnelied voor zijn presidentschap, en na zijn overwinning haalde hij de toen uit elkaar liggende klassieke bezetting van Fleetwood Mac zelfs terug bij elkaar voor één avond, om het nummer live te spelen op zijn inaugurele bal.
Een lied over loslaten dat uiteindelijk een heel land vooruit hielp kijken.
En met al deze nummers van Fleetwood Mac zijn we aan het einde gekomen van deze zesde aflevering van deDiscografievan…, de spin-off van deMuziekExperts live op BR6.
We hoorden Fleetwood Mac als ruige, avontuurlijke bluesband rond Peter Green, met bezwerende gitaarwerken als Albatross en Black Magic Woman en de kwetsbare blues van Need Your Love So Bad. Daarna zagen we diezelfde band uitgroeien tot een van de grootste popacts ter wereld: van het liefdesverdriet dat Rumours tot een klassieker maakte, tot de glinsterende jaren-tachtigpop van Tango in the Night.
Dank voor het luisteren naar deze zesde aflevering van deDiscografievan…. Meer informatie over deMuziekExperts, eerdere uitzendingen, playlists, fragmenten en alles rond het programma vind je op.
Volgende week zijn we er weer met een reguliere uitzending van deMuziekExperts, zoals vertrouwd op dinsdagavond om 20:00 uur en zaterdagochtend om 11:00 uur.
De volgende aflevering van ‘deDiscografievan…’ volgt 25 augustus. Wie er dan in de spotlights staat, houden we nog even geheim.
Voor nu: bedankt voor het luisteren, graag tot volgende week, en blijf vooral genieten van muziek met een verhaal.
Vakantie lijkt steeds meer op een survivaloefening
00:00
00:00
Vrije tijd klinkt als ruimte, maar we behandelen haar steeds vaker als een project.
Voor we weggaan, vergelijken we bestemmingen, beoordelingen, temperaturen, wachtrijen, bagageregels en de beste plek voor een foto bij zonsondergang.
Wie alles goed voorbereidt, zou maximaal moeten ontspannen. Alleen werkt ontspanning niet altijd volgens een draaiboek.
Hoe meer verwachtingen we meenemen, hoe groter de kans dat een vertraagde trein, een gesloten museum of een dag regen voelt als een mislukking.
Daar komt nog iets bij. Via sociale media kijken we voortdurend mee met de vakantie van een ander. Hun zee is blauwer, hun hotelkamer ruimer en hun kinderen lijken op elke foto voorbeeldig. Het is gemakkelijk te vergeten dat ook die beelden geselecteerd zijn.
Misschien begint uitrusten daarom niet bij de perfecte bestemming, maar bij het loslaten van het idee dat elke vakantiedag iets moet opleveren. Geen bewijsdrang, geen wedstrijd en geen rapportcijfer achteraf. Gewoon ergens zijn en merken wat er gebeurt. Met die gedachte komen we bij de uitspraakcolumn van vandaag.
Vakantie is eropuit trekken en even niets hoeven van mensen die je een paar weken niet ziet, zoals collega’s en buren. Dat verschilt per persoon.
Ik ben vaak tevreden met weinig mensen om me heen. Als ik met een partner, vrienden of familie op pad ga, vermaak ik me met landschappen, lezen, wandelen, fietsen, fotograferen en oude stadscentra, afgewisseld met rust, goed eten en drinken.
Iedereen mag zijn kostbare vakantiedagen zelf invullen. Mensen hebben meestal behoefte aan contact, maar de mate waarin verschilt. Voor de vakantie worden we via televisie, TikTok en reisorganisaties overladen met tips en aanbiedingen. De reiziger is tenslotte ook een klant.
Dan de titel: vakantie vieren lijkt steeds meer op een survivaltocht. We bereiden alles voor, te beginnen met de bagage. Hoeveel kleding? Wel of geen wandelstokken of powerbank? Wie vliegt, doet er goed aan vooraf de bagageregels te controleren. Die verschillen per maatschappij en extra bagage kan geld kosten.
Neem dus mee wat je nodig hebt en laat je niet gek maken door adviseurs. Dat geldt ook voor de caravan of een huisje.
Kies een bestemming en bekijk wat je daar wilt zien en beleven. Concentreer je daarop, dan wordt het materiële vanzelf minder belangrijk. Let wel op het weer, natuurbrandgevaar, stormwaarschuwingen en de kwaliteit van zwemwater. Dat hoort bij een goede voorbereiding. Op vakantie doe je ook gewone dingen: slapen, eten, drinken en soms op je telefoon of televisie kijken.
Durf ook zonder apparaten het landschap in te gaan en geef je eigen ogen en gevoel weer voorrang.
Ons motto als slot: twijfel niet over survivallen, maar vier de vakantie vanuit je zelfgekozen suite.
Sport is allang niet meer alleen wat er op het veld gebeurt.
Een wedstrijd is ook een televisieproduct, een stroom beelden en tegenwoordig zelfs een eindeloze voorraad korte filmpjes.
De camera kiest wie een held wordt, welke emotie wordt uitvergroot en welk moment nog dagen blijft rondgaan.
Dat is niet per se verkeerd.
Zonder sterke beelden zouden we veel sportprestaties nooit zo intens beleven.
Maar een camera registreert niet alleen, hij maakt ook keuzes.
Een vertraagde herhaling kan techniek laten zien, maar ook iemand reduceren tot een ongelukkig gebaar.
Een close up kan ontroeren, maar ook binnendringen in een moment dat misschien helemaal niet van ons is.
En sociale media halen zo’n beeld vervolgens uit zijn oorspronkelijke context.
Dan kijken miljoenen mensen niet meer naar een prestatie, maar naar een fragment waarop iedereen zijn eigen oordeel plakt.
De vraag is dus niet of sport zichtbaar mag zijn.
Natuurlijk moet dat.
De interessantere vraag is hoe we blijven kijken zonder de mens achter de prestatie kwijt te raken.
Daarover praat piet u nu bij..
Voor de vele sporten die mensen beoefenen, zijn gespecialiseerde kledingstukken en soorten schoeisel ontwikkeld, die steeds worden verbeterd. Sportkleding bedekt daarbij niet altijd het hele lichaam. Belangrijk is vooral dat de kleding goed zit, vocht afvoert en voldoende ventileert.
Een zichtbare trend is die van voetbalkousen waarin spelers zelf gaten knippen. Zij doen dit vooral om de druk van strakke kousen op hun kuiten te verminderen. Er is geen overtuigend bewijs dat dit hun prestaties verbetert. Bij de looponderdelen van de atletiek dragen sommige sporters juist hoge compressiekousen. Die geven druk en kunnen mogelijk helpen bij het herstel, maar het is niet bewezen dat sporters er sneller door lopen.
Het onderwerp uit de titel, seksualisering in de sport, heeft de laatste tijd aandacht gekregen door kritiek op de manier waarop wedstrijden en trainingen worden gefilmd. Vooral langdurige close-ups, lage camerastandpunten en vertraagde herhalingen die niets aan de sportieve uitleg toevoegen, kunnen ervoor zorgen dat vrouwelijke sporters niet alleen als sporter, maar ook als lichaam worden bekeken.
We moeten sporters blijven zien als mensen die in hun sport willen presteren. Dat sommige kijkers sportbeelden seksualiseren, zegt meer over de kijkers dan over de sporters. In onze samenleving moeten we hier respectvol mee omgaan en het onderwerp bespreken op scholen, in sportclubs, in de media en in de politiek. Het doel moet zijn dat sportbeelden niet onnodig worden geseksualiseerd.
Vergelijkbare zorgen bestaan bij ouders die foto’s of video’s van hun jonge kinderen online delen, bijvoorbeeld op het strand. Eenmaal online kunnen beelden snel worden gekopieerd, verspreid of misbruikt.
Dat bij sommige sporten weinig bedekkende kleding wordt gedragen, betekent niet dat die kleding daarom moet veranderen. De oplossing ligt niet vanzelfsprekend in meer bedekkende kleding. Wel moet iedereen respectvol in beeld komen en moet de nadruk liggen op de waardigheid, vrijheid en prestaties van sporters. Er hoeft niet verkrampt gefilmd te worden, maar wel alert: bijvoorbeeld door waar nodig ruimer te kaderen en bij valpartijen of loszittende kleding niet onnodig in te zoomen.
Zo kan onze open maatschappij open blijven, terwijl we mensen in hun waarde laten. Ook in de sport.
Particulier eigendom verdwijnt in de internettrechter
00:00
00:00
We hebben een rare gewoonte ontwikkeld: we noemen iets nog steeds van ons, terwijl we steeds vaker alleen toestemming krijgen om er even bij te mogen.
Dat gebeurt met films, muziek, software, boeken, en zeker ook met alles wat aan een account hangt.
Het is handig, snel en glimt mooi op een scherm, dus we nemen het voor lief. Totdat er iets verdwijnt.
Totdat een wachtwoord niet meer werkt, een server uitgaat of een bedrijf ineens andere voorwaarden heeft.
Dan merk je hoe stilletjes de taal is veranderd.
Kopen voelt als bezitten, maar juridisch blijkt het vaak huren met een glimlach.
Dat is niet alleen een technisch verhaal, maar ook een cultureel verhaal.
Want een samenleving zonder tastbare dingen wordt al snel een samenleving zonder sporen.
En wie nergens meer iets van vast kan houden, raakt ook iets kwijt in hoe hij zich verhoudt tot herinnering, ruil, verzameling en waarde.
We zijn niet alleen in een tijd van verwarring en oorlogen verzeild geraakt. We leven ook in een tijd waarin techniek tegelijk speelgoed, gereedschap en wapen is geworden. En op een ander vlak zijn wij als burgers slachtoffer zonder eraan dood te gaan: door de ontmenselijking van de maatschappij in een doorgeschoten computerwedloop.
Dat is inmiddels zelfs doorgedrongen tot mensen die techniek altijd omarmden. Over wie gaat dit dan? Over miljoenen spelers die al decennia genieten van spellen, kampioenschappen en hele werelden op een scherm. Maar daar schuift iets wezenlijks.
Sony heeft aangekondigd dat nieuwe PlayStation-games vanaf januari 2028 niet meer op fysieke discs verschijnen. En zowel bij PlayStation als bij Xbox staat zwart op wit dat een digitale aankoop in wezen een licentie is, geen eigendom. Je mag het gebruiken, maar het is niet echt van jou zoals een doos, een boek of een cd van jou is.
Zelfs in Europa, waar consumentenbescherming toch geen vies woord is, zegt de Europese Commissie nu dat zij niet zomaar wettelijk kan afdwingen dat games speelbaar blijven nadat ze van de markt worden gehaald. Er komt hooguit overleg over een vrijwillige gedragscode. Dat is veelzeggend. Het gaat dus niet alleen over ontspanning, maar over de verschuiving van bezit naar toestemming.
Natuurlijk scheelt dat producenten winkels, voorraad en grondstoffen. Maar in een tijd waarin het begrip ontspullen om zich heen grijpt, zijn er nog altijd mensen die juist willen vasthouden aan iets tastbaars. Omdat je met een voorwerp ook herinnering, ruil, ontmoeting en eigen regie bewaart. Een spel in de kast is meer dan data. Het is iets dat blijft, ook als servers zwijgen of voorwaarden veranderen.
Daarom verzetten spelers zich. Niet alleen uit nostalgie, maar omdat zij voelen dat hier iets groters meespeelt. Als alles verandert in toegang, wachtwoord en abonnement, dan leveren we ongemerkt een stuk vrijheid in. Geef mij dan maar de ballast van leuke spullen als spellen, muziekdragers, boeken en puzzels. Want dan blijft deze uitspraak fier overeind: zonder ballast heb je geen sturing meer en vlieg je weg.
Amerikaanse regering verkwanselt kennis en geschiedenis
00:00
00:00
Universiteiten worden vaak besproken alsof het alleen maar diploma-fabrieken zijn.
Alsof het gaat om rendement, doorstroom en een nette stapel cv’s.
Maar een universiteit hoort ook de plek te zijn waar een samenleving leert om twijfel te verdragen.
Waar mensen juist tijd krijgen om iets uit te zoeken dat nog niet meteen geld oplevert, stemmen wint of lekker bekt in een verkiezingsspotje.
En precies daar wringt het steeds vaker.
We leven in een tijd waarin bestuurders op veel terreinen haast verwarren met daadkracht.
Wie langzaam denkt, ligt eruit.
Wie nuanceert, klinkt verdacht.
Wie moeilijke vragen stelt, krijgt al snel het verwijt dat hij of zij buiten de werkelijkheid leeft.
Terwijl beschaving vaak juist begint bij mensen die niet meteen meelopen met het hardste geroep.
Cultuur van vanavond gaat daarom niet over een detail, maar over iets groters: wat er gebeurt als kennis haar rust verliest en macht gaat bepalen wat nog nuttig mag heten.
Deze afbraak is in deze tweede Trumptermijn begonnen. Wie het heeft bedacht is wel duidelijk, maar dat andere mensen deze decreten uitvoeren is dubieus en slecht voor de USA. Niet alleen voor dat land zelf, maar ook voor zijn reputatie in het buitenland.
Wat is er aan de hand? Door vermeende bezwaren tegen professoren, onderzoekers, diversiteitsbeleid en hele vakgebieden zijn onderzoeksteams opgeheven of in geldstromen beknot. Universiteiten worden onder politieke druk gezet om zich naar de agenda van Washington te voegen. Onderwerpen die door de machthebbers als te woke of te links worden gezien, komen sneller onder vuur te liggen.
Een gevolg hiervan is dat veel wetenschappers om zich heen kijken. Niet alleen in woorden, maar soms ook in daden. Europa probeert dat talent binnen te halen, en in Frankrijk zijn inmiddels daadwerkelijk tientallen onderzoekers uit de Verenigde Staten heen gegaan. Dat is voor ontvangende landen aantrekkelijk, want kennis, opleiding en onderzoek tillen een economie op.
Maar wat levert het de Verenigde Staten uiteindelijk op? Op korte termijn lijkt het geld te schelen als afdelingen worden gesloten en subsidies worden geschrapt. Op langere termijn raak je kennis kwijt, jaag je talent weg en tast je het vertrouwen in je eigen instellingen aan. Dat doet denken aan samenlevingen waarin geschiedenis en werkelijkheid steeds meer worden herschreven naar de smaak van de macht.
Die lijn zie je ook elders terug. Transgender militairen werden doelwit van beleid en rechtszaken, en in de Pentagon-opruiming van DEI-materiaal verdwenen zelfs pagina’s en beelden over zwarte militairen, vrouwen en historische pioniers. Daarnaast leven ook migranten met een tijdelijke legale status in grotere onzekerheid, doordat bescherming of verblijfszekerheid sneller kan worden ingetrokken.
In beide gevallen kun je spreken van een braindrain en van zelfbeschadiging. Een land verzwakt zichzelf als het tegelijk lager en hoger opgeleiden wegduwt, wantrouwen zaait tegen universiteiten en wetenschap als verdachte luxe behandelt. Dan hou je geen trotse kennisnatie over, maar een onrustig land dat zijn eigen fundament ondermijnt.
Laten we hopen dat de Amerikanen tijdig inzien dat dit een doodlopende weg is voor een land dat nog altijd groot is, maar zichzelf kleiner maakt als het zijn kennis verkwanselt.