DeDiscografieVan

Radio
Edition
Een spinoff van ‘De Muziek Experts‘, elke laatste uitzending van de maand. Deze online editie bundelt de muziek, verhalen, links en afkondigingen uit dezelfde brondata.
Goedenavond en welkom bij de Discografie van..
Dit is de maandelijkse spin-off van de Muziek Experts, waarin we één artiest of band een uur lang in de spotlight zetten. En vanavond gaat alle aandacht naar een groep die al bijna een halve eeuw een heel eigen plek inneemt in de Britse popgeschiedenis: Madness.
De band ontstond in 1976 in Camden Town, in Noord-Londen. Eind jaren zeventig groeide Madness uit tot een van de bekendste namen van de Britse ska-revival. Maar hun geluid was nooit alleen ska. Ze mengden de stuiterende ritmes en blazers met pop, piano, humor en typisch Britse verhalen over het dagelijks leven.
Achter dat uitbundige imago zat bovendien vaak meer dan alleen lol. In hun teksten kwamen relaties, jeugd, sociale spanningen en later ook het ouder worden voorbij. Juist dat contrast tussen vrolijke muziek en soms scherpe of melancholische onderwerpen werd een handelsmerk van de band.
En Madness bleek bepaald geen groep die alleen van nostalgie hoefde te leven. Hun studioalbum uit 2023 werd zelfs hun eerste studioalbum dat de eerste plaats van de Britse albumlijst bereikte.
Vanavond reizen we door die hele geschiedenis. Van de jonge honden uit Camden tot de ervaren muzikanten van nu.
Met The Prince begon in 1979 officieel het platenverhaal van Madness. Maar zeggen dat hun eerste single „niets deed”, doet hem toch wat tekort. In Nederland gebeurde inderdaad weinig, maar thuis in Groot-Brittannië kwam hij tot nummer 16 en bleef hij elf weken in de hitlijst staan. Opeens begonnen platenmaatschappijen belangstelling te krijgen voor dat stel vrienden uit Noord-Londen.
De titel verwijst naar de Jamaicaanse ska-pionier Prince Buster, een enorme inspiratiebron voor Madness. Saxofonist Lee Thompson schreef het nummer als eerbetoon aan hem. Dat eerbetoon ging behoorlijk ver: op de achterkant van de single stond Madness, een cover van een nummer van Prince Buster. Juist aan dát lied had de groep zijn eigen bandnaam ontleend.
The Prince verscheen bovendien op 2 Tone Records, het label rond Jerry Dammers van The Specials. Madness dacht volgens Suggs aanvankelijk niet eens dat er na deze plaat nog veel zou volgen. Nummer 16 veranderde dat compleet. Een bescheiden debuut dus, maar wel eentje die de deur naar hun hele carrière openzette.
One Step Beyond klinkt zo typisch Madness dat je bijna zou vergeten dat ze het nummer niet zelf schreven. Het origineel kwam van de Jamaicaanse ska-legende Prince Buster en verscheen in de jaren zestig als B-kant van zijn single Al Capone. Suggs vertelde later dat juist die plaat grote indruk op hem had gemaakt.
Er wordt trouwens iets méér gezegd dan alleen de titel. Chas Smash opent de Madness-versie met die beroemde gesproken aankondiging, waarna vooral de saxofoon, het ritme en het herhaalde One Step Beyond het werk doen. Een deel van die introductie grijpt eveneens terug op Jamaicaanse platen uit die tijd.
In Groot-Brittannië werd het hun eerste Top 10-hit en bereikte het nummer 7. Nederland was voorzichtiger: hier kwam het tot nummer 34 in de Top 40. In Frankrijk gebeurde precies het tegenovergestelde, want daar werd het een nummer 1-hit.
Nog een mooi detail: Mike Barson vertelde dat Lee Thompsons saxofoon op de opname eigenlijk niet helemaal zuiver gestemd was. Technisch niet perfect dus, maar inmiddels is juist die scheurende sax een van de herkenbaarste geluiden van Madness.
Achter het vrolijke tempo van Embarrassment uit 1980 zit een van de ernstigste verhalen uit het repertoire van Madness. Saxofonist Lee Thompson schreef de tekst nadat zijn zeventienjarige zus Tracy zwanger raakte van een kind met een zwarte vader. Een deel van de familie reageerde daar volgens Lee en Tracy afwijzend en racistisch op.
Thompson verwerkte de opmerkingen, roddels en bezorgdheid over „wat de buren zouden denken” in zijn tekst. Hij vertelde later dat zijn zus door sommige familieleden werd gemeden en dat hun vader zelfs had geprobeerd haar van de zwangerschap af te brengen. Tracy hield voet bij stuk en voedde haar dochter zelf op.
Muzikaal klinkt het ondertussen bijna opgewekt. Mike Barson gaf het lied een sterke Motown-achtige melodie en drummer Woody Woodgate herinnerde zich dat ze bewust probeerden zo'n stevige Motown-backbeat te creëren. Precies dat contrast maakt het nummer zo krachtig.
En hier moet de Nederlandse hitgeschiedenis echt worden rechtgezet: Embarrassment flopte hier absoluut niet. Het werd nummer 2 in de Nederlandse Top 40, zelfs hoger dan Baggy Trousers. In Groot-Brittannië kwam het tot nummer 4.
Baggy Trousers uit 1980 is misschien hét beeld dat veel mensen bij Madness hebben: schooluniformen, chaos, kattenkwaad en natuurlijk Lee Thompson die in de videoclip met saxofoon en al door de lucht vliegt. Het nummer werd geschreven door Suggs en gitarist Chris Foreman en kijkt terug op Suggs' eigen schooltijd.
Suggs wilde bewust iets maken in de stijl van Ian Dury, met een snelle opeenvolging van herkenbare beelden en zinnetjes. Hij zag zijn schooltijd bovendien heel anders dan Pink Floyd die kort daarvoor met Another Brick in the Wall tegen strenge leraren had geschopt. Suggs kwam uit het veel lossere Londense staatsonderwijs, waar het volgens hem eerder draaide om leerlingen die zelf de boel op stelten zetten.
De videoclip werd opgenomen rond een school in Kentish Town. Voor zijn saxofoonsolo liet Lee Thompson zich aan kabels van een kraan omhoog hijsen, geïnspireerd door iets wat hij Peter Gabriel ooit op het podium had zien doen.
De single werd nummer 3 in Groot-Brittannië en nummer 4 in Nederland. Dus misschien niet letterlijk hun grootste hit, maar als visitekaartje is Baggy Trousers na al die jaren nog moeilijk te verslaan. Suggs grapte ooit dat hij het beslist niet meer zou spelen als hij dertig was. In 2025 vertelde hij dat hij het op zijn vierenzestigste nog steeds stond te zingen. Tja, nooit ruzie maken met je toekomstige zelf.
Als er één Madness-titel achteraf bijna profetisch klinkt, dan is het Yesterday's Men. Het nummer verscheen in 1985, zes jaar nadat de eerste hits waren begonnen, en gaat over vergankelijkheid, ouder worden en het gevoel dat de wereld je langzaam voorbij kan gaan. De tekst kwam van Suggs, de muziek van gitarist Chris Foreman.
Dat thema paste opvallend goed bij de toestand van de band. Oprichter en toetsenist Mike Barson was inmiddels vertrokken en Mad Not Mad werd het enige oorspronkelijke Madness-studioalbum uit die periode waarop hij niet meespeelde. De groep klonk serieuzer en gepolijster dan tijdens de vroege ska-jaren.
Toch was Madness nog lang niet verdwenen. Yesterday's Men bereikte in Groot-Brittannië nummer 18 en bleef zeven weken in de lijst staan. In Nederland haalde het de Top 40 niet. Er verscheen ook een opvallend lange 12-inchversie van ruim acht minuten.
Maar de titel kreeg kort daarna wel extra lading. De volgende singles deden het minder goed en in 1986 viel Madness uiteen. Daardoor klinkt Yesterday's Men achteraf bijna alsof de groep zijn eigen naderende einde al voelde aankomen. Gelukkig bleek „yesterday” later behoorlijk rekbaar: in 1992 stonden ze gewoon weer samen op het podium.
Night Boat To Cairo is een van de vreemdste nummers van Madness, en dat is hier absoluut een compliment. Mike Barson kwam eerst met de muziek; Suggs zette er later woorden bij. Een normaal popliedje werd het niet: nauwelijks coupletten, geen traditioneel refrein en vooral een enorme instrumentale passage waarin de saxofoon vrij spel krijgt.
De tekst schildert een absurd tafereel langs de Nijl, met een gammel bootje, een roeier en een reis richting Caïro. Het vaak vertelde verhaal dat het specifiek over negentiende-eeuwse koloniale reizen van de Britse elite zou gaan, is niet goed te onderbouwen. Die koloniale uitstraling komt vooral uit de videoclip, waarin de band met tropenhelmen voor een nogal goedkope Egyptische achtergrond staat te dollen.
Het nummer kwam in 1980 vooraan te staan op de vier nummers tellende Work Rest and Play-EP. Die EP bereikte in Groot-Brittannië nummer 6. In Nederland werd Night Boat To Cairo als hit genoteerd en kwam het tot nummer 21 in de Top 40, waar het acht weken bleef staan.
En eigenlijk past dat chaotische karakter perfect bij Madness: een nummer zonder normaal refrein, een half gezonken boot, een wild blazende sax en toch weet iedereen na een paar seconden precies welke band dit is.
In 1979 bracht Madness My Girl uit, geschreven door toetsenist Mike Barson. Het nummer stond al vroeg op het repertoire van de band, toen ze nog The Invaders heetten. Barson haalde inspiratie uit een collega die tijdens zijn werk voortdurend over “my girl” praatte. Dat alledaagse zinnetje groeide uit tot een lied over misverstanden en ruzie binnen een relatie.
Begin 1980 bereikte My Girl de derde plaats in de Britse hitlijst. Daarmee werd duidelijk dat Madness meer kon dan alleen snelle ska: hier hoor je al de scherpe, observerende popkant van de groep.
Een leuke voetnoot kwam in 1984. Actrice en zangeres Tracey Ullman maakte er My Guy’s Mad at Me van. Die versie haalde eveneens de Britse Top 40, terwijl Madness-bassist Mark Bedford op de opname meespeelde. Zo kreeg een vroege Madness-song vier jaar later ineens een tweede leven.
Bed and Breakfast Man staat op het debuutalbum One Step Beyond uit 1979 en is een mooi voorbeeld van Madness buiten de bekende singles. Het nummer werd geschreven door toetsenist Mike Barson en geproduceerd door Clive Langer en Alan Winstanley.
In Groot-Brittannië verscheen het niet als gewone single, waardoor er geen Britse hitnotering is. In Nederland werd het evenmin een Top 40-hit. Toch kreeg het buiten Europa een bijzonder tweede leven: in Noord-Amerika werd het in 1980 wel als single gebruikt.
De tekst schetst met droge humor een man die overal aanschuift, mee-eet en blijft slapen. Zulke alledaagse personages werden een handelsmerk van Madness: geen grootse rockfantasieën, maar verhalen uit huizen, cafés en straten.
Juist daarom is Bed and Breakfast Man interessant. Het laat horen dat Madness op het eerste album al méér was dan snelle ska. Hun kracht zat vanaf het begin ook in kleine, herkenbare Britse verhalen.
Grey Day verscheen in 1981 en klinkt een stuk somberder dan het vrolijke imago waarmee Madness vaak wordt geassocieerd. Het nummer is geschreven door Mike Barson en de oorsprong ervan gaat zelfs terug tot de periode vóór de grote doorbraak van de band.
Madness gaf het lied een zwaardere, donkerdere productie. Bandleden hebben later verteld dat ze hierbij ook experimenteerden met invloeden uit dubreggae. Dat paste bij het album 7, waarop de groep bewust verder keek dan de ska van de eerste platen.
In Engeland werd Grey Day een flinke hit: nummer vier. In de Nederlandse Top 40 kwam het tot nummer 25 en bleef het zes weken genoteerd.
Het is daarmee een mooi voorbeeld van Madness op zijn melancholische best: dezelfde herkenbare melodieën, maar met een tekst en sfeer die bewijzen dat achter de clowneske buitenkant ook een behoorlijk grijze lucht kon hangen.
In 1981 kwam Madness met Shut Up, geschreven door zanger Suggs en gitarist Chris Foreman. De hoofdpersoon is een crimineel die blijft volhouden dat hij onschuldig is, ook al stapelt het bewijs zich tegen hem op. Typisch Madness dus: een serieus onderwerp, maar verteld met vaart, humor en een bijna filmische scène.
Het grappigste detail zit in de titel. De woorden Shut Up worden in de uiteindelijke tekst helemaal niet gezongen. De titel verwijst naar het idee dat iemand eigenlijk maar beter kan ophouden met zijn steeds ongeloofwaardiger excuses.
De single bereikte nummer zeven in het Verenigd Koninkrijk en stond negen weken in de Britse hitlijst. Het nummer kwam van het album 7, waarop Madness muzikaal breder begon te klinken.
Shut Up laat goed horen waarom hun liedjes vaak kleine verhalen zijn: in een paar minuten staat er een compleet personage voor je neus.
Cardiac Arrest verscheen als single in 1982 en was afkomstig van het album 7. Het lied is geschreven door Carl Smyth, beter bekend als Chas Smash, samen met gitarist Chris Foreman.
Het verhaal draait om een keurige kantoorman die volledig wordt opgeslokt door zijn dagelijkse routine. Hij haast zich naar zijn werk, leeft volgens de klok en uiteindelijk bezwijkt hij letterlijk onder die druk. Een zwarte komedie dus, verpakt in opgewekte popmuziek. Dat contrast is bijna een handelsmerk van Madness.
In het Verenigd Koninkrijk kwam Cardiac Arrest tot nummer veertien. Daarmee eindigde een indrukwekkende reeks Britse Top 10-singles van de groep.
Het onderwerp was voor de radio behoorlijk donker, zeker voor een band die bekendstond om gekke dansjes en komische clips. Juist daarom is het nummer interessant: Madness kon je laten glimlachen en ondertussen een behoorlijk somber verhaal vertellen over werk, stress en sleur.
In september 2023 bracht Madness C’est La Vie uit, de titeltrack van hun eerste studioalbum in zeven jaar. Het nummer is geschreven door Mike Barson en laat een oudere Madness horen die nog steeds met dezelfde droge blik naar de wereld kijkt.
Barson omschreef het lied als een reactie op de vreemde en onrustige tijd waarin we leven. De titel klinkt luchtig, maar onder die Franse uitdrukking van berusting zit behoorlijk wat maatschappelijk ongemak.
De single zelf werd geen klassieke Britse Top 10-hit zoals in de jaren tachtig, maar het album zorgde voor een historische mijlpaal. Theatre of the Absurd Presents C’est La Vie kwam in november 2023 op nummer één in de Britse albumlijst. Het was, na meer dan veertig jaar carrière, het eerste studioalbum van Madness dat daar de eerste plaats bereikte.
Best bijzonder: een band uit 1979 die in 2023 nog gewoon een nieuw hoofdstuk aan zijn hitgeschiedenis toevoegt.
En daarmee zit deze maandelijkse spin-off van de Muziek Experts ofwel zogeheten de Discografie van, er weer op.
Een uur lang stond Madness centraal en zijn we door ruim vier decennia muziekgeschiedenis gegaan.
We begonnen bij het vroege werk uit 1979, met onder meer The Prince, de eerste single van Madness en een eerbetoon aan de Jamaicaanse ska-artiest Prince Buster. Ook My Girl en Bed and Breakfast Man lieten al horen dat deze band meer kon dan alleen snelle ska. Vanaf het begin zat er gevoel voor pop, alledaagse verhalen en die droge Britse humor in hun muziek.
Daarna kwamen we terecht in de periode waarin Madness in Groot-Brittannië hit na hit scoorde, met nummers als Baggy Trousers en Embarrassment. Met Yesterday's Men hoorden we in 1985 vervolgens een meer beschouwende kant van de groep.
En uiteindelijk kwamen we uit bij C'est La Vie. Een mooie herinnering dat Madness niet alleen een band uit het verleden is. Het album waarop dat nummer verscheen bezorgde de groep in 2023 zelfs hun eerste Britse nummer 1 met een studioalbum.
Volgende week zijn we er weer met een reguliere uitzending van de Muziek Experts.
En wil je alles nog eens rustig teruglezen, luisteren en meer ontdekken, dan zou ik als de wiedeweerga naar onze site gaan demuziekexperts.nl.
Je hoort ons iedere dinsdagavond om acht uur en de herhaling zaterdagochtend om elf uur.
Bedankt voor het luisteren en graag tot de volgende de Muziek Experts!