Bij een ramp zijn de woorden
vaak eerder dan de sirenes.
“Onvoorstelbaar leed,
beelden die niemand onberoerd laten,
onze gedachten bij de betrokkenen.”
Oprechte woorden,
maar zo vaak gesproken
dat zelfs verdriet
een standaardzin kan krijgen.
Dan komt de dichter.
Niet om te vertellen
hoeveel huizen er brandden,
hoeveel hectare zwart werd
of hoeveel mensen moesten vluchten.
Maar om te schrijven:
“Het vuur is uit,
de muur staat nog,
maar thuis
is nergens meer.”
Daar kan kunst iets
wat een nieuwsbericht niet kan.
Feiten vertellen wat verloren ging.
Poëzie probeert te vertellen
wat verlies betekent.
Soms met één regel
die langer blijft hangen
dan een heel persbericht.
En soms met een regel
waarvan je denkt:
diep…
óf iemand is zijn komma kwijt.
Deze zomer brandde het opnieuw
op verschillende plaatsen in Europa.
Het vuur dooft.
De rook verdwijnt.
Maar wat achterblijft
laat zich niet wegblussen.
In Piets Uitspraak
zoekt Piet vanavond naar woorden
voor wat het vuur achterlaat.
De lucht vertoont blauwe gaten en het vee legt zich neer.
Kijk en kom tot rust, keer op keer.
Zo hoort u de poëzie of dichtkunst in twee zinnen. Er bestaan Poëzie-festivals, en daar komen best mensen op af en worden sommige dichters met hun voordrachten daar vaak voor even beroemd. Maar dan word u als aanwezige toeschouwer platgeslagen met talloze woorden. Die woorden staan dan vaak wel op een ongewonere manier in de zinnen. Het zijn vaak geen zinnen, maar gedachten over gebeurtenissen en ervaringen van de maker.
Hij of zij kan wat er voorgedragen wordt dan echt meegemaakt hebben of verzonnen hebben. Of het kwam bij de gedichtenmaker via een nachtmerrie naar binnen. Sommige gedichtenmakers, ook wel poëten genoemd, mogen dan van een uitgever een boekje uitbrengen. Vaak is dat boekje vrij leeg en ook wel vrij dun. Ieder gedicht staat duidelijk te zijn op een eigen bladzijde in dat boekje. Wie koopt nou die Poëziebundels? Nou, heel weinig mensen, want de oplage is vaak heel klein. Misschien dat de maker er wat meer verkoopt als een gedicht bekend wordt of als er een goede recensie over is verschenen in een krant of tijdschrift.
Na deze inleiding beperk ik me tot wat schrijfsels van dichters die over Vuur en Brand gaan. Nogal actueel deze zomer. In de klassieke Griekse filosofie gold vuur als een van de vier elementen waarmee men de wereld probeerde te verklaren. Vuur heeft een verwoestende werking en gaat samen met angst en dood. Maar vuur kan ook een begin zijn van opschoning of dus een nieuwe start. Er zijn mensen die hun schrijfsels soms zelf verbranden in een ton achter op het erf. Omdat ze die niet goed genoeg vonden of omdat het de brieven waren van een ex-geliefde. Dan komt na de liefde de haat. Na de schoonheid komt de lelijkheid van bv. de verschroeide aarde. Waar dan weer in de loop der tijd hopelijk weer wat nieuwer en moois gaat ontstaan.
Ter afsluiting slechts twee gedichten of gedachten.
Dan sla ik u niet plat met een stortvloed aan teksten.
Eerst een beroemde Engelse frase uit een van de bekendste popsongs over vuur: Fire van The Crazy World of Arthur Brown uit 1968. En dan een fragment uit ‘Opa’ van Bart Chabot, opgenomen in de bundel Ooievaarsblues uit 2024.
Fire van Arthur Brown :
“I am the god of hellfire
And I bring you Fire!
I’ll take you to burn,
I’ll see you burn”.
In deze tekst zie een oud religieus beeld, waar vuur wordt verbonden met hel en straffe gods.
“Opa’, fragment van Bart Chabot:
“Op vrijdag de dertiende werd ie gecremeerd
vanaf die dag ging ik sigaren roken
om zijn lucht vast te houden
Oma, ik ga een sigaar opsteken, een bolknak,
dan ruikt het huis naar opa.”
In dit tweede gedicht heeft vuur een positieve inbreng. Maar een waarschuwing als slot:
“Gooi uw peuk niet in de natuur,
want dat is tegenwoordig veel te duur.