Eén hartelijk goedenavond, welkom weer bij uw eigenste Muziek Experts, alhoewel, vanavond is het weer tijd voor onze maandelijkse spinoff “deDiscografievan…“ en zoals altijd weer live op BR6
In deze uitzending duiken we zetten we niet zomaar iemand in de spotlights vanavond is dat een van de grootste namen uit de popgeschiedenis namelijk: Paul McCartney.
Natuurlijk kennen we hem als Beatle. Als de man achter melodieën die inmiddels bijna in het collectieve geheugen wonen. Maar Paul McCartney is veel meer dan alleen zijn Beatles-verleden. Na The Beatles bouwde hij met Wings aan een nieuw hoofdstuk, schreef hij filmthema’s, werkte hij samen met wereldsterren, dook hij terug in oude rock-’n-roll, maakte hij intieme standards en blijft hij ook nu nog nieuwe muziek uitbrengen.
Vanavond hoor je daarom een breed beeld van zijn werk. Solo, met Wings, met Michael Jackson, met The Beatles, en met nummers uit verschillende periodes van zijn lange carrière.*
We begonnen modern en energiek met “Save Us”, de opener van het album NEW, uitgebracht op 14 oktober 2013.
Het nummer is geschreven door Paul McCartney en Paul Epworth en werd ook door Epworth geproduceerd. Officiële McCartney-bronnen beschrijven NEW als een multi-produceralbum, maar bij dit nummer is de toewijzing helder: het kwam uit McCartneys eerste samenwerking met Epworth.
Een exacte trackopnamedatum is niet publiek gespecificeerd, maar McCartney vertelde op zijn officiële site dat het nummer ontstond in Epworths kleine studio in Londen, waar ze eerst gingen jammen en binnen ongeveer twintig minuten al de riff voor het lied hadden.
Dat maakt “Save Us” meteen ook een mooie anekdote: het was niet alleen de albumopener, maar volgens McCartney ook het eerste nummer dat uit die sessies voortkwam.
Het kreeg geen aparte, grote UK/US/NL-hitnotering als standalone track, maar McCartney debuteerde het live op 21 september 2013 op het iHeartRadio Music Festival, en een liveversie uit Tokyo Dome verscheen later op de NEW – Collector’s Edition van 27 oktober 2014.
Dit was “Hope of Deliverance”, eerst uitgebracht als single op 28 december 1992, vooruitlopend op het album Off the Ground, dat volgde op 2 februari 1993.
Het nummer is geschreven door Paul McCartney en geproduceerd door McCartney en Julian Mendelsohn. Officiële credits noemen Hog Hill Mill als thuishaven van de Off the Ground-sessies;
Gespecialiseerde sessiebronnen bevestigen dat de karakteristieke Latin-percussie van het nummer via een overdubsessie op 17 juli 1992 werd toegevoegd.
In de hitlijsten deed het nummer het stevig: nummer 18 in het VK, nummer 83 op de Amerikaanse Billboard Hot 100 en nummer 9 in Nederland.
Voor radio is de context heel bruikbaar: dit was de leidende single van een album waarop McCartney bewust met zijn toenmalige liveband werkte.
Een mooi productie-detail is juist die percussie: op de officiële albumcredits staan voor track 3 drie extra percussionisten vermeld, wat goed verklaart waarom het nummer dat open, ritmische karakter kreeg.
Later bleef het niet bij de studio-opname: een liveversie verscheen op Paul Is Live, waar het nummer als “Live in New York” is opgenomen.
Dit was “No Other Baby”, afkomstig van Run Devil Run. Het album verscheen op 4 oktober 1999; de single volgde officieel op 24 oktober 1999. McCartney nam het nummer op als cover van een lied van Dickie Bishop en Bob Watson, oorspronkelijk vastgelegd in 1957 door Dickie Bishop & His Sidekicks.
McCartneys versie werd geproduceerd door Paul McCartney en Chris Thomas en werd opgenomen op 5 maart 1999 in Studio Two van Abbey Road.
In het VK haalde de single nummer 42; in de geraadpleegde officiële UK/US/NL-overzichten is geen vergelijkbare US- of NL-hitnotering bevestigd.
De context is belangrijk: Run Devil Run was McCartneys bewuste terugkeer naar de rock-’n-roll van zijn jeugd, een project waarover hij op zijn officiële site ook zei dat hij het na Linda’s overlijden zag als een manier om weer naar zijn muzikale wortels te gaan.
Een sterke productiedetail hier is de bezetting: David Gilmour speelt gitaar en backing vocals op de opname.
Wie over de geschiedenis van het lied iets extra’s wil zeggen: vóór McCartney waren er al bekende vroege versies van The Vipers en Bobby Helms.
Dit was “The Lovers That Never Were”, uitgebracht op Off the Ground op 2 februari 1993.
Het nummer is geschreven door Paul McCartney en Declan MacManus, beter bekend als Elvis Costello, en werd geproduceerd door McCartney en Julian Mendelsohn.
Officiële Off the Ground-credits bevestigen dat het een van de Costello-samenwerkingen op dat album is; aanvullende trackbronnen plaatsen de opname in de sessieperiode van 9 december 1991 tot juli 1992.
Het nummer kwam niet uit als grote hitsingle in het VK, de VS of Nederland, maar het heeft wel een sterke ontstaansgeschiedenis.
Voor de heruitgave van Flowers in the Dirt in 2017 gaf McCartney zelf op zijn officiële site aan dat hij met Costello weer het oude, directe schrijversmodel zocht: twee akoestische gitaren, tegenover elkaar, zoals hij dat vroeger met Lennon kende.
Dat maakt dit een van de duidelijkste bruggen tussen McCartneys jaren-tachtig-samenwerking met Costello en zijn jaren-negentig-solowerk.
Een later belangrijk hoofdstuk is dat zowel de “Original Demo” als de “1988 Demo” van het lied officieel verschenen op 24 maart 2017 op Flowers in the Dirt (Archive Collection).
Dit was “Find My Way”, van McCartney III, officieel uitgebracht op 18 december 2020.
Het nummer is volledig geschreven en geproduceerd door Paul McCartney zelf. Officiële McCartney-bronnen plaatsen de opname in Sussex, tijdens de “Rockdown”-periode van 2020,
Het was onderdeel van een thuisgemaakt, echt solo-album waarop Paul het meeste zelf inspeelde.
Opvallend detail uit de officiële trackpagina: ondanks radio-airplay, een videoclip en later zelfs een GRAMMY-nominatie voor Best Rock Song bij de editie van 2022, werd “Find My Way” volgens McCartneys eigen site technisch gezien niet als formele single uitgebracht.
Dat maakt het een bijzondere moderne McCartney-track: veel zichtbaarheid, maar niet via het klassieke singelpad.
Voor een radiotekst is de oorsprong mooi compact: McCartney vertelde in interviews rond het album dat het idee begon toen hij in de auto een beat hoorde en daar spontaan overheen begon te zingen; thuis werkte hij het verder uit.
De eerste videoclip, uitgebracht bij het album, werd geregisseerd door Roman Coppola en gebruikte 46 camera’s om Paul op alle instrumenten tegelijk in beeld te brengen.
Later kreeg het nummer een nieuwe gedaante als “Find My Way (feat. Beck)” op McCartney III Imagined, verschenen op 16 april 2021, met een aparte video op 21 juli 2021.
En dat was The Beatles met “Hey Jude”, uitgebracht in augustus 1968. Het nummer werd geschreven door Paul McCartney, al staat het officieel op naam van Lennon-McCartney. Paul schreef het oorspronkelijk als “Hey Jules”, bedoeld als troost voor Julian Lennon, de jonge zoon van John en Cynthia, in de periode dat hun huwelijk stukliep.
De titel werd later “Hey Jude”, omdat dat beter zong. Het werd de eerste Beatles-single op Apple Records, met “Revolution” op de B-kant. Opvallend was vooral de lengte: ruim 7 minuten. Veel te lang voor een single, zou je denken, maar “Hey Jude” bewees het tegendeel. In Engeland stond het twee weken op nummer 1, in Amerika negen weken, en ook in Nederland haalde het de eerste plaats.
Een kleine anekdote: Paul twijfelde aan de regel “the movement you need is on your shoulder”, maar John Lennon vond juist dat die moest blijven. En zo bleef een bijna geschrapte zin onderdeel van een van de bekendste meezingers uit de popgeschiedenis.
En dat was Paul McCartney samen met Michael Jackson, met “Say Say Say” uit 1983. Het nummer verscheen op Pauls album Pipes of Peace, maar werd al eerder opgenomen, in de periode rond Tug of War. Daardoor kwam deze samenwerking eigenlijk vóór “The Girl Is Mine”, ook al hoorde het publiek die andere duet eerst.
Het nummer werd geschreven door Paul McCartney en Michael Jackson, geproduceerd door George Martin, en groeide uit tot een wereldhit. In Amerika haalde “Say Say Say” de eerste plaats, in Engeland kwam het tot nummer twee.
Een opvallend verhaal rond deze samenwerking: Paul vertelde Michael destijds veel over muziekrechten en publishing. Niet veel later kocht Michael Jackson de ATV-catalogus, waar ook veel Beatles-rechten in zaten. Dus achter dit vrolijke popduet zat later nog een flinke zakelijke schaduw. Maar muzikaal blijft het vooral: twee popiconen, één soepel refrein, en pure jaren tachtig-glans.
En dat was Paul McCartney & Wings met “Jet”, afkomstig van het album Band on the Run uit 1973. Dat album werd een van de grote successen uit Pauls periode na The Beatles, en “Jet” was een van de nummers die liet horen dat Wings veel meer was dan alleen “de band van die ex-Beatle”.
De titel heeft een typisch McCartney-verhaal. Lange tijd werd gezegd dat Jet de naam was van een zwarte labrador van Paul. Later vertelde hij ook dat Jet de naam was van een pony die hij had. Helemaal precies verklaren deed hij de tekst nooit, en misschien is dat juist de charme: het nummer klinkt groter dan de betekenis die je eraan probeert vast te pinnen.
“Jet” is strak, energiek en vol drive. Een echte Wings-rocker, met Paul duidelijk voorop: melodie, kracht en speelsheid in één nummer.
En dat was Paul McCartney & Wings met “Live and Let Die”, het titelnummer van de James Bond-film uit 1973. Paul schreef het samen met Linda McCartney, en voor de productie werkte hij opnieuw samen met George Martin, de man die natuurlijk ook zo belangrijk was geweest in de Beatles-jaren.
Het nummer past perfect bij Bond: rustig en dreigend aan het begin, daarna groots, explosief en filmisch. Geen standaard popsingle dus, maar bijna een complete actiescène in drie minuten.
“Live and Let Die” werd genomineerd voor een Oscar en groeide uit tot een van de bekendste Bond-thema’s ooit. In 1991 maakte Guns N’ Roses er een harde rockcover van, waardoor een nieuwe generatie het nummer leerde kennen. Paul vertelde later dat hij het mooi vond dat zij het deden, al moesten zijn kinderen op school uitleggen dat hun vader het origineel had geschreven.
En dat was Paul McCartney met “Down South”, afkomstig van zijn nieuwste album The Boys of Dungeon Lane uit 2026. Op dat album kijkt Paul nadrukkelijk terug naar zijn jeugd, zijn afkomst en de jaren vóór de wereldfaam.
“Down South” is een van die nummers waarin je niet de stadionster hoort, maar de jonge Paul: onderweg, zoekend, met een gitaar in de buurt en de toekomst nog helemaal open. Het lied verwijst naar herinneringen aan het hitchhiken met George Harrison, nog voordat The Beatles de wereld zouden veranderen.
Dat maakt “Down South” bijzonder. Niet omdat het een grote hitmachine is zoals “Jet” of “Live and Let Die”, maar omdat het voelt als een oude foto die ineens begint te zingen. Paul kijkt terug, maar niet zwaar. Meer met warmte, vriendschap en het besef dat sommige reizen pas later hun echte betekenis krijgen.
Dit was “Ac-Cent-Tchu-Ate the Positive”, uitgebracht op Kisses on the Bottom op 7 februari 2012.
Het is een cover van de standard van Harold Arlen en Johnny Mercer, en McCartneys versie werd geproduceerd door Tommy LiPuma.
Officiële albuminformatie zegt dat Kisses on the Bottom grotendeels werd opgenomen in Capitol Studios in Los Angeles, met aanvullende opnamen in New York en Londen gedurende 2011.
Trackcredits noemen op deze opname onder meer Diana Krall op piano, John Pizzarelli op gitaar, Robert Hurst op bas en Karriem Riggins op drums.
Als context is dit precies het soort lied waar McCartney op dat album naar terugging: standards waar hij mee opgroeide.
Een bruikbaar productie-detail voor op de radio is dat hij deze songs later in een intieme setting live vierde: de Capitol Studios-performance uit februari 2012 verscheen op 6 maart 2012 als iTunes Live from Capitol Studios en later opnieuw op 26 november 2012 binnen Kisses on the Bottom – Complete Kisses.
Wie nog één historisch zinnetje wil toevoegen: het oorspronkelijke lied uit 1944 werd breed gecoverd en groeide uit tot een echte standard, met vroege bekende versies van onder meer Johnny Mercer, Bing Crosby en The Andrews Sisters.
En met al deze nummers van Sir Paul McCartney zijn we aan het einde gekomen van deze aflevering van deDiscografievan…, de spin-off van deMuziekExperts live op BR6.
We hoorden Paul als soloartiest, als Beatle, als lid van Wings, als duetpartner van Michael Jackson, als schrijver van een James Bond-thema en als muzikant die ook op latere leeftijd bleef zoeken naar nieuwe vormen en oude inspiratiebronnen.
Dank voor het luisteren naar deze vijfde aflevering van deDiscografievan…. Meer informatie over deMuziekExperts, eerdere uitzendingen, playlists, fragmenten en alles rond het programma vind je op .
Volgende week zijn we er weer met een reguliere uitzending van deMuziekExperts. Dan is ook Piet weer terug, en hoor je ons zoals vertrouwd op dinsdagavond om 20:00 en zaterdagochtend om 11.00 uur. De volgende aflevering van ‘deDiscografievan…’ is op 28 juli. Wie er dan in de spotlights staat, houden we nog heel even geheim.
Voor nu: bedankt voor het luisteren, graag tot volgende week, en blijf vooral genieten van muziek met een verhaal.
Uitsluiting democratie en het gevaar van mensonwaardige politiek
00:00
00:00
Een week geleden ging het over taal, over woorden die niet alleen iets zeggen, maar ook iets aanrichten. Vandaag schuiven we een stukje verder op. Want achter grote woorden zit bijna altijd een grotere vraag: wie hoort erbij, wie mag meedoen, en wie wordt langzaam naar de rand van het verhaal geschreven?
Dat klinkt misschien zwaar, maar eigenlijk is het heel alledaags. Nederland is gebouwd op buren, scholen, winkels, voetbalclubs, kerken, moskeeën, muziekverenigingen, markten en verjaardagen met lauwe koffie en iemand die altijd te hard praat bij de kaasblokjes. Mensen leven door elkaar heen. Niet altijd perfect, zeker niet. Soms schuurt het, botst het en moppert men bij de brievenbus. Maar juist dat door elkaar heen leven is de normale staat van een land.
Daarom is het ook zo riskant wanneer politiek doet alsof een samenleving een gesloten clubhuis is, met een ledenlijst bij de deur. Natuurlijk mag je praten over grenzen, regels, opvang en aantallen. Dat moet zelfs. Een land zonder afspraken wordt een rommelzolder met een vlag erop. Maar afspraken zijn iets anders dan mensen wegzetten alsof ze per definitie minder recht hebben op rust, veiligheid en toekomst.
Wie roept dat Nederland alleen voor “echte Nederlanders” is, vergeet gemakshalve hoe gemengd onze geschiedenis altijd is geweest. Daarna zijn er nog vele Indonesiërs en Surinaamse donkere mensen binnengekomen, mensen die vaak volledig geïntegreerd zijn en al generaties lang hier wonen. Een deel daarvan heeft zich vermengd met Nederlanders die veelal als wit worden omschreven. Dus wat verstaan die ultrarechtsen, die vaak een dictatuur voorstaan, eigenlijk onder “echte Nederlanders”?
Daarbij komt dat enkelen onder hen, die “Nederland voor de Nederlanders” ook nog willen bewerkstelligen, daar wel geweld bij zouden willen gebruiken. Het lijkt soms hun enige hoofddoel. Daarom wil men de nog binnenkomende anderssoortige mensen er niet ook nog bij hebben. Als dit het enige was dat zij voorstaan, dan valt er misschien nog wel te praten over aantallen, opvang, grenzen en regels. Maar dan moet je wel menswaardige levensomstandigheden najagen en een goede toekomstige regulering afspreken met alle partijen, zoals dat gaat en moet in een democratie. Niet een hele groep discrimineren, zoals Arabieren of mensen die de islam aanhangen.
Laat staan dat je als klein landje meent te kunnen weten of achterhalen wie, buiten het bezitten van het Nederlandse paspoort, nog buitengezet kan worden zoals de dino in de Flintstones-strip. Dat is een aperte onmogelijkheid. Je kunt mensen niet behandelen alsof ze een verkeerd geparkeerde step zijn die je even naar een ander land verplaatst. Daar is men dan heel boos over geworden in die Tweede Kamer, maar beweer dan ook op goede gronden dat je niet zomaar mensen kunt uitsluiten. Waar moeten die allemaal dan gaan wonen? In andere landen?
Dat lijkt wel het kopiëren van de idiote uitspraken van de ultrarechtse, om niet te zeggen fascistische ministers in het Israëlische kabinet, die menen dat alle Palestijnen wel even in bijvoorbeeld Egypte kunnen gaan wonen. Zij menen al helemaal dat zij de waarheid in pacht hebben en dat Israël alleen aan hun eigen volk toebehoort. Ze mogen blij zijn, als overlevenden van een uitroeipoging door de Moffen, dat ze er nog zijn.
Waarom men dan anderen geen normaal leven gunt, zal ik nooit begrijpen. Net zo min als ik de ultrarechtse groeperingen begrijp in ons land, waarvan sommigen nog beweren dat de Holocaust een verzinsel is. Ik vind dat deze mensen goor zijn, en juist geen lef hebben om hun ongelijk toe te geven.
Kinderwens moraal en de roeptoeters van de voortplantingspolitiek
00:00
00:00
Vorige week ging het over de vraag hoe ver een samenleving mag gaan als zij de toekomst veilig wil stellen.
Vandaag kijken we verder naar een andere kant van hetzelfde ongemak: de neiging om persoonlijke keuzes ineens tot maatschappelijk probleem te verklaren. Dat gebeurt vaker dan je denkt. Eerst leeft iemand gewoon zijn leven, met eigen redenen, twijfels en omstandigheden. Daarna komt er iemand langs met een microfoon, een mening of een moreel meetlint, en ineens moet die keuze worden uitgelegd alsof het een parlementaire enquête betreft.
Dat is op zichzelf al bijzonder. Want we leven in een tijd waarin mensen meer vrijheid hebben dan vroeger, maar tegelijk worden ze voortdurend beoordeeld op wat ze met die vrijheid doen. Kies je voor het één, dan ben je ouderwets. Kies je voor het ander, dan ben je egoïstisch. Doe je niets, dan ben je besluiteloos. Het is alsof de samenleving een juryrapport bijhoudt, compleet met kanttekeningen in rode pen.
Natuurlijk mag een samenleving praten over verantwoordelijkheid. Dat moet zelfs. Maar verantwoordelijkheid is iets anders dan bemoeizucht met een nette jas aan. Soms begint het als zorg om de toekomst, en eindigt het als oordeel over andermans leven. En precies daar wordt het interessant.
Ook in Nederland zijn er roeptoeters die met wat te weinig kennis van zaken deze meerkinderenpolitiek bepleiten. Zoals de toch al opgehouden tv-goeroe Angela de Jong. Die geeft zelf soms het beeld af van iemand met het Heintje Davidscomplex, iemand die afscheid neemt, maar toch graag nog even in de schijnwerpers staat. Dat begint sommigen wat tegen te staan, want ze wordt steeds vaker bekend als Angela de Gong. Je hoort haar goed, maar wat ze zegt is wat minder duidelijk.
Zij mocht opdraven bij RTL Tonight. Daar sprak ze met interviewster Annette Scheulderman. Een quote van A. de Gong daar: “We hebben al een tekort aan kinderen en dan heeft de helft van de 18-35-jarigen ook geen zin om te gaan baren.” Want er zijn mensen nodig in de zorg, en kinderen geven je veel. Dat laatste zal best waar zijn. Kinderen geven je liefde, zorgen, tekeningen op de koelkast en soms ook een boterham met pindakaas in de dvd-speler. Maar behalve de bijkomende hoge kosten zijn er ook nog de huisvestingsproblemen voor deze leeftijdsgroep. Doe dáár dan wat aan. Dat lijkt verstandiger dan jonge mensen moreel de kraamkamer in duwen.
En misschien is dat woningprobleem binnen twintig tot dertig jaar wel deels opgelost als de babyboomers zijn verdwenen en hun huizen leeg komen te staan. De Jong meende dat jongeren zonder kinderen hun geld over de balk smeten, alleen maar voor hun eigen voordeel, en dat dit niet opschiet in een maatschappij. Het kwam er eigenlijk op neer dat deze mensen maar verwende nesten waren.
Anderen scharen haar en de strenge gelovigen met grote families onder de voortplantingsmaffia. Dat gaat misschien wat ver, want mensen zonder kinderen, of met maar één kind, hebben vaak een veelheid aan redenen om niet mee te doen aan de gezinsmoraal van de SGP. De SGP, ook wel bekend als de Scholen Gemeenschap Putten, preekt vooral voor eigen parochie, net zoals de machthebbers in Turkije. Liever meer volgzame burgers die hetzelfde denken en doen, dan al die afwijkenden die óók best goede redenen hebben om hiervan af te wijken.
Daarom zijn we via de scholen weer terug bij het onderwijs. Daar zal men het ook wel blijven hebben over het vrouwenlichaam in de biologielessen, maar dan het liefst in educatieve zin. Niet zo manipulatief als sommigen het liever zouden hebben.
Grote woorden in het asieldebat en de vraag wie echte nederlanders zijn
00:00
00:00
Soms begint een maatschappelijk probleem niet met beleid, cijfers of Kamerbrieven, maar met taal. Met woorden die langzaam verschuiven van de rand naar het midden. Eerst klinken ze nog als iets uit een obscure hoek van het internet, daarna duiken ze op in talkshows, debatten en nieuwsberichten. Voor je het weet, doen ze mee alsof ze gewone termen zijn geworden. Dat is misschien wel het meest verraderlijke aan politieke taal: woorden kunnen wennen, ook als ze eigenlijk nooit normaal hadden mogen worden.
Tegelijk moeten we voorzichtig zijn om niet ieder ongemak meteen weg te zetten als kwaadwillendheid. Mensen mogen zorgen hebben over drukte, woningen, veiligheid, opvang, cultuur, geld en toekomst. Dat hoort bij een democratie. Een samenleving zonder zorgen is net zo geloofwaardig als een tompouce zonder geknoei: leuk bedacht, maar in de praktijk vrij zeldzaam.
De vraag is alleen wat je met die zorgen doet. Gebruik je ze om samen iets op te lossen, of gebruik je ze om groepen mensen verdacht te maken? Daar zit het verschil tussen een stevig debat en een gevaarlijke afslag. Want wie woorden inzet als rookmachine, maakt het zicht niet helderder. Dan lijkt het debat misschien spectaculairder, maar ondertussen zie je minder goed waar je eigenlijk over praat.
Na en door de ophef in de Tweede Kamer tijdens een debat, het zoveelste alweer, over de asielproblematiek, botsten vele aanwezige sprekers namens even zovele partijen met de uitspraken van ultrarechtse woordvoerders. Het ging en gaat hier niet alleen om beleid, maar vooral ook om de gebezigde termen. Woorden zijn nooit zomaar woorden. Zeker niet in de politiek, waar één verkeerd gekozen begrip soms klinkt als een lucifer in een hooischuur.
Het lijkt wel alsof bepaalde partijen deze termen zoveel mogelijk van stal halen zodra er maar een aanleiding voor te vinden is, ook als die aanleiding soms petieterig klein is. Deze termen zijn inmiddels heel bekend geworden, maar gelukkig is er ook tegenwind ontstaan vanuit de monden van aanwezigen die vinden dat dit soort taal ver buiten de democratische beginselen gaat.
Even wat van deze woorden bezigen hier: Nederland wordt “omgevolkt”. De omvolking zou er volgens die gedachte uit bestaan dat Nederlanders een minderheid zullen worden. Dat er dan zelfs Nederlanders zijn die hieraan meedoen, bijvoorbeeld via gemengde huwelijken, vindt men in die nauwe kringen blijkbaar ook al erg. Alsof liefde eerst langs een loket voor bevolkingszuiverheid moet. Dan wordt Cupido ineens een ambtenaar met een stempelapparaat, en daar wordt niemand vrolijk van.
Dan is er nog de uitspraak dat Nederland alleen voor de “echte Nederlanders” is. Hoever mensen van deze denkrichting hiervoor terug willen in de tijd, is onduidelijk. Want wie zijn dat dan precies, die echte Nederlanders? De eerste bewoners van dit gebied zijn zeer waarschijnlijk mensen geweest met een donkerder huid. Rond 1600 kwamen veel vluchtelingen uit omliggende gebieden naar ons land om de Spaanse furie te ontvluchten.
Daarna ontworstelde Nederland zich via sterke leiders als Willem van Oranje, nota bene een Duitssprekende Zuid-Franse Duitser, en Michiel de Ruyter, met behulp van Duitse huursoldaten en Scandinavische zeelieden op Hollandse boten, aan nog meer landen als Frankrijk en Engeland en aan stadstaten als Münster. Onze geschiedenis is dus geen strak wit servet uit een linnenkast, maar eerder een oud tafelkleed vol vlekken, verhalen en onverwachte familieleden.
Minder kinderen vollere landen en gesloten scholen
00:00
00:00
Soms heeft een samenleving de neiging om de toekomst te behandelen alsof het een bestelling is. Alsof je bij de balie kunt zeggen: doe mij maar wat meer zekerheid, een beetje economische groei, genoeg mensen voor later en graag alles vóór vrijdag geleverd. Het klinkt overzichtelijk, maar zo werkt een land natuurlijk niet. Een samenleving is geen voorraadkast waar je even telt hoeveel pakken rijst er nog staan.
Toch is het ergens ook begrijpelijk. Mensen willen houvast. Bestuurders willen vooruit kunnen kijken. Commentatoren willen iets roepen voordat iemand anders het roept. En burgers willen vooral weten of er straks nog iemand is die de boel draaiende houdt, van zorg tot onderwijs en van supermarkt tot trein. Dat zijn geen gekke zorgen. Een land zonder toekomstbeeld is tenslotte als een agenda zonder dagen: je kunt hem openslaan, maar je wordt er niet wijzer van.
Maar zodra toekomstdenken verandert in maakbaarheidsdrift, wordt het oppassen. Dan gaan mensen praten over de samenleving alsof het een fabriek is, en over burgers alsof zij productiemiddelen zijn. Terwijl een goede toekomst niet alleen ontstaat door aantallen, maar vooral door omstandigheden, vrijheid en menselijkheid.
Het is juni en dan gebeurt er minder in Nederland. Dan zie je in het nieuws, op tv en in de kranten, weer de juni-gerelateerde zaken opduiken die ieder jaar rond deze tijd terugkomen. Zoals het gedoe rond de eindexamens. Zenuwachtige kinderen, die best voldoende kennis hebben, kunnen deze twee weken soms niet aan en lopen dan misschien toch tegen een zak-uitslag op. Dat is elk jaar weer een klein nationaal drama, compleet met vlaggen, rugzakken en ouders die doen alsof zij zelf opnieuw wiskunde B hebben gemaakt.
Maar er speelt nog iets in die scholen. Er zijn namelijk steeds minder kinderen. In heel Europa worden er minder kinderen geboren dan de bekende 2,1 per gezin die nodig zijn om de bevolking ongeveer gelijk te houden. Dat vinden velen onder ons niet zo’n groot punt, omdat onze landen ondertussen toch al voller lijken te worden. We leven langer, blijven langer gezond en er komt hier en daar ook nog wat import bij, zoals men dat dan bestuurlijk noemt.
Maar om nu plots, of opnieuw, te gaan propageren dat we echt meer kinderen op deze toch al veel te volle wereld moeten zetten, gaat volgens ons veel te ver. Alsof je een volle tram instapt en dan roept: “Kan er nog een kinderwagen bij?” In de wijk van mijn dochter in Amsterdam zijn bijvoorbeeld twee basisscholen dichtgegaan. Dat klinkt meteen alsof de bevolking instort, maar daar zit een gewone verklaring achter. Mensen met kinderen verlaten de stad omdat ze elders groter en goedkoper kunnen wonen. Die kinderen verdwijnen dus niet uit Nederland, ze zitten gewoon op een andere school, in een andere plaats, met waarschijnlijk net zo’n gymzaal die naar rubbermatten en oude pepernoten ruikt.
Sommige landen, zoals Turkije, roepen intussen op om meer kinderen te maken en loven premies en voordelen uit. Dat klinkt daadkrachtig, maar het is vooral erg kortzichtig. Meer kinderen zijn geen beleidsknop waar je even op drukt. Een gezin is geen Excel-sheet met “doelstelling 2035” erboven.
Feministes trekken op met defend netherlands klopt dit wel
00:00
00:00
Gelukkig is er voor elk ingewikkeld maatschappelijk probleem nog altijd een heerlijk simpele oplossing beschikbaar: harder roepen. Dat is de moderne volksgeneeskunde van de publieke ruimte. Geen dossierkennis nodig, geen geduld, geen onderscheid tussen feit en gevoel; als het maar lekker strak klinkt op een spandoek en een beetje boos genoeg is voor de camera. En hoe groter de verwarring, hoe sneller er mensen opstaan die zichzelf tot laatste verdedigers van land, cultuur, vrouw, gezin, stoeptegel en verkeersdrempel uitroepen.
Alsof elk probleem pas echt bestaat wanneer er een megafoon naast staat. Het wonderlijke is dat groepen die elkaar op dinsdag nog niet wilden groeten, op zaterdag ineens broederlijk kunnen samenlopen als er maar een gezamenlijke vijand is verzonnen. Dat is de romantiek van de opwinding: iedereen voelt zich even dapper, totdat er nagedacht moet worden. En precies daarom is het goed om af en toe door de slogans heen te prikken. Niet om debat te smoren, wel om te voorkomen dat onderbuik zich weer eens uitgeeft voor gezond verstand.
De golf van haat, angst of kudde-mentaliteit raast weer eens door Nederland. Vooral aangejaagd door kleine groepen die zich overal laten zien waar iets met een AZC aan de hand is. De demonstranten die zich daar verzamelen zijn diverser van samenstelling geworden. Waren het eerst vooral bewoners die onder de noemer “Not in my backyard” geen gedoe in hun nabijheid wilden, nu sluiten ook gezinnen aan die hun kinderen meenemen naar zulke acties. Of dat voor die kinderen verstandig is, had men zich eerder mogen afvragen.
Het rare feit voltrekt zich nu dat mensen van heel uiteenlopende pluimages toch samen optrekken in de naar ons idee te veel opgeblazen angst voor buitenlandse mensen die hier aankomen. Er zitten zelfs zogenoemde performatieve feministen tussen die vinden dat ze ook in zo’n demonstratie moeten kunnen meelopen, soms zij aan zij met jonge aanhangers uit de manosphere-hoek, waar mannen juist voorrang boven vrouwen krijgen. Eigenaardig is zacht uitgedrukt. Ook schuiven er politici of politieke meelopers aan die de zaak nog verder opstoken met halve waarheden en grootspraak.
Zo ontstaat een vorm van opruiing waar duidelijker tegen moet worden opgetreden. Deze groepen zouden net zo goed kunnen demonstreren bij de partijen die al jaren de opvang traineren en vervolgens wijzen naar Ter Apel als bewijs dat opvang niet werkt. Terwijl juist meer spreiding, meer locaties en een betere doorstroom de druk zouden kunnen verminderen.
En dat er groepen zijn die zich Engelse namen aanmeten terwijl ze de Nederlandse cultuur zeggen te beschermen, blijft toch een fraai staaltje zelfspot. Denk aan Farm Defence Force en Defend Netherlands. Daarbij komt nog dat mensen in zulke groepen graag roepen dat de AZC-bevolking alles gratis krijgt, terwijl zij zelf alle lasten dragen. Maar wie wekenlang protesttoerisme bedrijft, bierblikjes laat slingeren en stoer wil doen met vuurwerk, oogt ook niet direct als het morele kompas van het land.
Er gaat veel mis en er zijn nog te weinig goede oplossingen. Maar deze geweldsspiraal is zeker geen oplossing. Dan lijkt mij de volgende uitspraak een betere: “AZC? Geef ons er maar twee!”
Er is iets fascinerends aan onze tijd: zodra er ergens een dreiging opduikt, schieten wij niet eerst in wijsheid, maar in woorden. Dan worden er meteen kaarten getekend, meningen warmgedraaid en vermoedens opgeblazen alsof ze al in de krant horen met corpsgrootte paniek. De mens van nu wil niet simpelweg weten wat er aan de hand is; nee, wij willen ook alvast sidderen, duiden, speculeren en heel professioneel op de zaken vooruit bibberen. Het liefst nog vóór de experts hun jas hebben dichtgeknoopt.
En eerlijk is eerlijk: geen enkel tijdperk vertrouwt zo heilig op techniek en controle, terwijl het tegelijk zo snel in kleine collectieve zenuwen schiet. We hebben koelkasten die met ons praten, horloges die ons hartslagritme kennen, en toch blijven we op elk onbekend gevaar reageren alsof de pestkar net de straat in rolt. Voor je het weet is voorzichtigheid alweer verkleed als theater. En juist daarom is het soms goed om even terug te kijken: niet om bang te blijven, maar om te zien dat de mens zichzelf al eeuwen even hard opjut als redt.
In deze recente periode hebben twee besmettingen het wereldnieuws gehaald. Die van het hantavirus op een Nederlands cruiseschip en daarnaast weer een andere, angstaanjagende ebolavariant. Het aantal slachtoffers is verdrietig, al blijven de aantallen voorlopig nog beperkt. Velen onder ons hopen dat zo’n virus maar ver weg blijft van Nederland. Maar in de berichtgeving zie je al dat dat lang niet altijd lukt, of dat zo’n verhaal beperkt blijft tot de ver-van-mijn-bedshow.
Om even in Nederland te blijven met dit onderwerp over besmettelijke ziekten: die waren in vroegere tijden nog groter in aantal en troffen vaak ook veel meer mensen. Eén voorbeeld uit het Nederland van zo’n anderhalve eeuw geleden. Ons land stond bekend om de zuivel, maar schoon en veilig was die productie lang niet altijd. Rauwe melk werd vaak direct gedronken, terwijl hygiëne op het erf en rond de uiers lang niet op orde was.
Daar kwam nog bij dat bij handel en verwerking niet alles even netjes verliep. De romantiek van de oude boerenwereld was in de praktijk soms gewoon een modderig en ongezond bedrijf. Vervuilde melk kon mensen ernstig ziek maken. Juist daardoor werd duidelijk hoe groot de stap vooruit was toen melk verhit en dus veiliger gemaakt ging worden.
Pasteurisatie zorgde uiteindelijk voor schonere melkproductie via het kort verhitten van de melk. Dat ging niet vanzelf, want er waren ook toen mensen die riepen dat smaak en kwaliteit daaronder zouden lijden. Toch bleek die stap onmisbaar. Soms is vooruitgang nu eenmaal minder gezellig dan gewoonte, maar wel een stuk verstandiger.
Nu maar hopen dat wereldse pandemieën en bijvoorbeeld een nieuwe grote golf voorlopig uitblijven, want zonder die besmettelijke ziekten is het al zwaar genoeg in de wereld.
Soms heb je van die momenten waarop alles precies klopt. De zon die net even goed doorbreekt tussen de wolken, een kop koffie die nét de juiste temperatuur heeft, of dat ene liedje dat precies op het juiste moment begint.
En dan denk je: ja… zo kan het dus ook.
We leven in een wereld waarin alles sneller gaat dan ooit. Berichtjes vliegen heen en weer, schermen trekken constant onze aandacht en stilte lijkt soms bijna een vergeten luxe. Maar juist in die drukte zitten kleine momenten verstopt… momenten waarop we het nét even anders kunnen doen.
Niet groots, niet ingewikkeld. Geen wereldschokkende veranderingen. Gewoon kleine keuzes. Een beetje rekening houden met elkaar. Een beetje bewust zijn van de ruimte die je deelt.
Want uiteindelijk zijn het juist die kleine dingen die bepalen hoe iets voelt. Of een plek prettig is… of juist totaal niet.
En grappig genoeg merk je dat vaak pas als het ontbreekt.
En precies daar… daar wil ik het even over hebben.
In het openbaar vervoer is het altijd weer genieten van onze collectieve sociale vaardigheden. Tenminste… dat idee hebben we. Want als je het zo bekijkt, zijn we ontzettend sociaal. Iedereen doet namelijk precies waar híj zin in heeft, zonder zich ook maar een seconde druk te maken om de rest. Dat is ook een soort vrijheid, toch?
Neem de buschauffeur. Die zit daar elke dag, weer of geen weer, klaar om je veilig van A naar B te brengen. Een simpel “goedemorgen” of “dank je wel”? Dat voelt voor veel mensen als een spannende uitdaging. Alsof je ineens auditie doet voor een toneelstuk waar je niet voor hebt ingeschreven.
En dan de stiltecoupé… die bestaat vooral als concept. Een soort mythische plek waar stilte de bedoeling is, maar waar gesprekken juist nét wat harder lijken te gaan. Want ja, als je eenmaal zit, moet dat telefoongesprek natuurlijk wel even afgemaakt worden. Liefst op speaker, zodat iedereen kan meegenieten van het drama aan de andere kant van de lijn.
Muziek luisteren doen we ook samen. Gewoon via de speakers van de telefoon, alsof de hele coupé spontaan onderdeel is geworden van jouw persoonlijke playlist. En video’s? Die kijken we uiteraard met geluid. Want waarom zou je oortjes gebruiken als je ook een complete surround-ervaring kunt creëren voor onbekenden?
En eten… ja, dat hoort er natuurlijk ook bij. Niets zegt “goedemorgen” zoals de geur van een broodje knoflooksaus om half acht ’s ochtends. Smakelijk voor de één, een beproeving voor de ander.
We verwachten allemaal dat het OV een fijne plek is. Rustig, comfortabel, een beetje aangenaam. Maar dat begint niet bij regels of borden… dat begint bij onszelf.
Want eerlijk is eerlijk: hoe moeilijk is het nou echt? Even een groet, oortjes in, stem iets zachter, een beetje opletten. Kleine gebaren, geen grote moeite.
En toch… maken juist die kleine dingen het verschil tussen een reis die je ondergaat, en een reis die gewoon prettig is.
Sociaal zijn in het OV? Het is geen kunst. We zijn het alleen een beetje verleerd.
Cultuur van traditie tot tiktok in een wereld die nooit stilstaat
00:00
00:00
Scroll… like… volgende.
Het ritme van vandaag is geen klok meer, maar een duim. Een eindeloze stroom van beelden, geluiden en meningen die langs ons heen glijden alsof het niets is… en tegelijk alles bepalen.
Sociale media is allang geen speeltuin meer. Het is een podium geworden. Iedereen staat erop, iedereen doet mee. Van een dansje in de woonkamer tot een mening over de wereld — alles krijgt een plek, alles krijgt een publiek. En ergens in die stroom ontstaat iets bijzonders: een nieuwe vorm van cultuur. Snel, rauw, direct… en soms net zo vluchtig als het moment zelf.
Wat vandaag trending is, kan morgen vergeten zijn. Maar juist in die snelheid zit ook kracht. Creativiteit schiet alle kanten op, ideeën vliegen de wereld over zonder paspoort, en stemmen die vroeger nooit gehoord werden, krijgen nu ineens een megafoon.
Maar tegelijk…
Als alles cultuur kan zijn, wat blijft er dan echt hangen?
Wat raakt nog, als alles voorbij flitst?
En precies daar, tussen die eindeloze scroll en dat ene moment van aandacht… begint het verhaal van vandaag.
We leven in een tijd waarin cultuur overal is… en tegelijk nergens lijkt te landen. Een museum past tegenwoordig in je broekzak, een concert begint met een swipe en eindigt met een like. En ergens tussen die pixels proberen we nog te voelen wat cultuur eigenlijk betekent.
Vroeger zat je in een theaterzaal, licht ging uit, telefoon uit, aandacht aan. Simpel. Nu zitten we met z’n allen in dezelfde zaal, maar ieder in z’n eigen wereld. Iemand filmt het openingsnummer, de ander checkt even het nieuws, en ergens achterin gaat een ringtone af die nog uit 2007 lijkt te komen. Samen beleven is ineens een optelsom van individueel gedrag.
En toch… we noemen het allemaal cultuur. Een TikTok van 15 seconden krijgt soms meer aandacht dan een toneelstuk waar maanden aan is gewerkt. Is dat erg? Misschien niet. Cultuur verandert nu eenmaal. Van schilderij naar televisie, van televisie naar smartphone. Alleen de snelheid… die is nieuw. Sneller dan een buschauffeur die geen goedemorgen terugkrijgt.
Tegelijkertijd grijpen we massaal terug naar vroeger. Vinylplaten draaien weer, oude series worden opnieuw gekeken, festivals gooien retro-thema’s over de line-up alsof het confetti is. Alsof we houvast zoeken in een tijd waarin alles constant verandert. Nostalgie als warme deken, terwijl de wereld buiten blijft doordenderen.
En ergens daar tussenin ligt de vraag die blijft knagen: voor wie is cultuur nog? Voor iedereen… of alleen voor wie het kan betalen, begrijpen of bijhouden? Want een avondje uit is tegenwoordig net zo spannend voor je agenda als voor je bankrekening.
Maar misschien zit de oplossing niet in grootse veranderingen. Misschien zit het in iets kleins. De telefoon even weg. De aandacht even aan. Gewoon weer kijken, luisteren, lachen… samen.
Want cultuur is niet wat er op het podium gebeurt. Cultuur is wat er tussen mensen ontstaat.