Een week geleden ging het over taal, over woorden die niet alleen iets zeggen, maar ook iets aanrichten. Vandaag schuiven we een stukje verder op. Want achter grote woorden zit bijna altijd een grotere vraag: wie hoort erbij, wie mag meedoen, en wie wordt langzaam naar de rand van het verhaal geschreven?
Dat klinkt misschien zwaar, maar eigenlijk is het heel alledaags. Nederland is gebouwd op buren, scholen, winkels, voetbalclubs, kerken, moskeeën, muziekverenigingen, markten en verjaardagen met lauwe koffie en iemand die altijd te hard praat bij de kaasblokjes. Mensen leven door elkaar heen. Niet altijd perfect, zeker niet. Soms schuurt het, botst het en moppert men bij de brievenbus. Maar juist dat door elkaar heen leven is de normale staat van een land.
Daarom is het ook zo riskant wanneer politiek doet alsof een samenleving een gesloten clubhuis is, met een ledenlijst bij de deur. Natuurlijk mag je praten over grenzen, regels, opvang en aantallen. Dat moet zelfs. Een land zonder afspraken wordt een rommelzolder met een vlag erop. Maar afspraken zijn iets anders dan mensen wegzetten alsof ze per definitie minder recht hebben op rust, veiligheid en toekomst.
Wie roept dat Nederland alleen voor “echte Nederlanders” is, vergeet gemakshalve hoe gemengd onze geschiedenis altijd is geweest.
Daarna zijn er nog vele Indonesiërs en Surinaamse donkere mensen binnengekomen, mensen die vaak volledig geïntegreerd zijn en al generaties lang hier wonen. Een deel daarvan heeft zich vermengd met Nederlanders die veelal als wit worden omschreven. Dus wat verstaan die ultrarechtsen, die vaak een dictatuur voorstaan, eigenlijk onder “echte Nederlanders”?
Daarbij komt dat enkelen onder hen, die “Nederland voor de Nederlanders” ook nog willen bewerkstelligen, daar wel geweld bij zouden willen gebruiken. Het lijkt soms hun enige hoofddoel. Daarom wil men de nog binnenkomende anderssoortige mensen er niet ook nog bij hebben. Als dit het enige was dat zij voorstaan, dan valt er misschien nog wel te praten over aantallen, opvang, grenzen en regels. Maar dan moet je wel menswaardige levensomstandigheden najagen en een goede toekomstige regulering afspreken met alle partijen, zoals dat gaat en moet in een democratie. Niet een hele groep discrimineren, zoals Arabieren of mensen die de islam aanhangen.
Laat staan dat je als klein landje meent te kunnen weten of achterhalen wie, buiten het bezitten van het Nederlandse paspoort, nog buitengezet kan worden zoals de dino in de Flintstones-strip. Dat is een aperte onmogelijkheid. Je kunt mensen niet behandelen alsof ze een verkeerd geparkeerde step zijn die je even naar een ander land verplaatst. Daar is men dan heel boos over geworden in die Tweede Kamer, maar beweer dan ook op goede gronden dat je niet zomaar mensen kunt uitsluiten. Waar moeten die allemaal dan gaan wonen? In andere landen?
Dat lijkt wel het kopiëren van de idiote uitspraken van de ultrarechtse, om niet te zeggen fascistische ministers in het Israëlische kabinet, die menen dat alle Palestijnen wel even in bijvoorbeeld Egypte kunnen gaan wonen. Zij menen al helemaal dat zij de waarheid in pacht hebben en dat Israël alleen aan hun eigen volk toebehoort. Ze mogen blij zijn, als overlevenden van een uitroeipoging door de Moffen, dat ze er nog zijn.
Waarom men dan anderen geen normaal leven gunt, zal ik nooit begrijpen. Net zo min als ik de ultrarechtse groeperingen begrijp in ons land, waarvan sommigen nog beweren dat de Holocaust een verzinsel is. Ik vind dat deze mensen goor zijn, en juist geen lef hebben om hun ongelijk toe te geven.