Cultuur van traditie tot tiktok in een wereld die nooit stilstaat
00:00
00:00
Scroll… like… volgende.
Het ritme van vandaag is geen klok meer, maar een duim. Een eindeloze stroom van beelden, geluiden en meningen die langs ons heen glijden alsof het niets is… en tegelijk alles bepalen.
Sociale media is allang geen speeltuin meer. Het is een podium geworden. Iedereen staat erop, iedereen doet mee. Van een dansje in de woonkamer tot een mening over de wereld — alles krijgt een plek, alles krijgt een publiek. En ergens in die stroom ontstaat iets bijzonders: een nieuwe vorm van cultuur. Snel, rauw, direct… en soms net zo vluchtig als het moment zelf.
Wat vandaag trending is, kan morgen vergeten zijn. Maar juist in die snelheid zit ook kracht. Creativiteit schiet alle kanten op, ideeën vliegen de wereld over zonder paspoort, en stemmen die vroeger nooit gehoord werden, krijgen nu ineens een megafoon.
Maar tegelijk…
Als alles cultuur kan zijn, wat blijft er dan echt hangen?
Wat raakt nog, als alles voorbij flitst?
En precies daar, tussen die eindeloze scroll en dat ene moment van aandacht… begint het verhaal van vandaag.
We leven in een tijd waarin cultuur overal is… en tegelijk nergens lijkt te landen. Een museum past tegenwoordig in je broekzak, een concert begint met een swipe en eindigt met een like. En ergens tussen die pixels proberen we nog te voelen wat cultuur eigenlijk betekent.
Vroeger zat je in een theaterzaal, licht ging uit, telefoon uit, aandacht aan. Simpel. Nu zitten we met z’n allen in dezelfde zaal, maar ieder in z’n eigen wereld. Iemand filmt het openingsnummer, de ander checkt even het nieuws, en ergens achterin gaat een ringtone af die nog uit 2007 lijkt te komen. Samen beleven is ineens een optelsom van individueel gedrag.
En toch… we noemen het allemaal cultuur. Een TikTok van 15 seconden krijgt soms meer aandacht dan een toneelstuk waar maanden aan is gewerkt. Is dat erg? Misschien niet. Cultuur verandert nu eenmaal. Van schilderij naar televisie, van televisie naar smartphone. Alleen de snelheid… die is nieuw. Sneller dan een buschauffeur die geen goedemorgen terugkrijgt.
Tegelijkertijd grijpen we massaal terug naar vroeger. Vinylplaten draaien weer, oude series worden opnieuw gekeken, festivals gooien retro-thema’s over de line-up alsof het confetti is. Alsof we houvast zoeken in een tijd waarin alles constant verandert. Nostalgie als warme deken, terwijl de wereld buiten blijft doordenderen.
En ergens daar tussenin ligt de vraag die blijft knagen: voor wie is cultuur nog? Voor iedereen… of alleen voor wie het kan betalen, begrijpen of bijhouden? Want een avondje uit is tegenwoordig net zo spannend voor je agenda als voor je bankrekening.
Maar misschien zit de oplossing niet in grootse veranderingen. Misschien zit het in iets kleins. De telefoon even weg. De aandacht even aan. Gewoon weer kijken, luisteren, lachen… samen.
Want cultuur is niet wat er op het podium gebeurt. Cultuur is wat er tussen mensen ontstaat.
Vanavond duiken we in een band die nooit netjes in één vakje is blijven staan: Simple Minds uit Glasgow. Wat ooit begon vanuit punkwortels en post-punk nieuwsgierigheid, groeide uit tot een oeuvre waarin art-rock, new wave, synth-pop, ambient sferen, instrumentale stadsmuziek, politieke lading, folkachtige melancholie en stadiongrote refreinen allemaal naast elkaar kunnen bestaan zonder dat het ooit zijn eigen gezicht verliest.
Dat is ook precies hoe Jim Kerr de reis van de band later zelf samenvatte: als een tocht langs avant-garde, art-rock, pop, ambient, instrumentals, politiek, folk en het grote podium. In deze special hoor je dus geen rechte lijn, maar een landschap: van koele machines en glanzende synths naar grote drums, weidse gitaren, bezielde zang en songs die even goed in een club, kathedraal of arena kunnen wonen. Kortom: Simple Minds is geen stijl, Simple Minds is een route. En vanavond rijden we die route helemaal uit
Dat was Simple Minds met Don’t You Forget About Me. Zo’n nummer waarbij je bijna automatisch The Breakfast Club voor je ziet, en dat is ook logisch, want het werd speciaal voor die film geschreven door Keith Forsey en Steve Schiff. Het mooie verhaal erachter is dat Simple Minds het eerst helemaal niet zo zag zitten. Bryan Ferry en Billy Idol hadden al bedankt, de band zelf was ook terughoudend, en juist dat bijna-gemiste kansje werd uiteindelijk hun grote Amerikaanse doorbraak.
In mei 1985 stond het nummer op één in de Amerikaanse Billboard-hitlijst en ineens was Simple Minds niet meer alleen een grote Europese band, maar echt een wereldnaam. En eerlijk is eerlijk: die mix van melancholie, vaart en meezingrefrein werkt nog steeds alsof de jaren tachtig gisteren waren.
Dat was Belfast Child, een van de meest aangrijpende nummers die Simple Minds ooit heeft gemaakt. Het verscheen in 1989 op Street Fighting Years en kreeg zijn emotionele lading na de aanslag in Enniskillen in 1987, waarbij Jim Kerr diep geraakt werd door het nieuws uit Noord-Ierland.
Muzikaal leunt het nummer op het traditionele Ierse lied She Moved Through The Fair, en daardoor klinkt het niet als een gewone popsingle maar bijna als een klaagzang, een gebed, een open wond met hoop erin verborgen. Misschien is dat precies waarom het zo hard binnenkomt. Het werd niet alleen artistiek een van hun grootste statements, maar ook commercieel een enorme klapper: in het Verenigd Koninkrijk werd het een nummer 1-hit, en in Nederland stond het eveneens bovenaan. Een groot nummer met een grote boodschap.
Dat was Promised You A Miracle, afkomstig van New Gold Dream uit 1982, het album waarmee Simple Minds echt van gerespecteerde cultband naar grote naam begon door te schuiven. Op de officiële albumgeschiedenis noemt de band die plaat zelf een kantelpunt, en dat hoor je in dit nummer meteen terug: het is nog elegant, nog licht art-pop, maar ook al onweerstaanbaar catchy.
In het Verenigd Koninkrijk werd dit hun eerste top 20-hit, en in Nederland bereikte het nummer eveneens de hitlijsten.
Mooi detail voor de liefhebber: deze opname werd gemaakt met drummer Kenny Hyslop, die maar kort rond deze periode bij de band betrokken was. Dit is dus zo’n sleuteltrack waarop alles samenvalt: de verfijning van de vroege Simple Minds, het dansende ritme van de nieuwe tijd, en de eerste echte geur van grote doorbraak. Kortom: titel klopt, belofte ingelost.
Dat was Simple Minds met Sanctify Yourself, een track van Once Upon a Time, het album uit 1985 waarmee de band definitief op het grote wereldpodium belandde. Die plaat leverde vier grote singles op, en Sanctify Yourself haalde in het Verenigd Koninkrijk de top 10.
Wat dit nummer zo sterk maakt, is dat het tegelijk groots en onrustig klinkt: arena-pop, jazeker, maar wel met die typische Simple Minds-spanning. Alles beweegt, alles dringt aan, alsof het nummer voortdurend naar een hogere versnelling zoekt.
Ook visueel zat het destijds raak: in de officiële video werd de band in volle kleur en vaart neergezet, helemaal passend bij dat zelfbewuste midden-jaren-tachtig-geluid. Dit is dus niet zomaar een hit, maar ook een perfecte momentopname van de fase waarin Simple Minds kunstzinnigheid en massabereik moeiteloos liet samenvallen.
Dat was Moscow Underground, en daarmee springen we ineens van de klassieke jaren tachtig naar 2009. Het nummer opent Graffiti Soul, het vijftiende studioalbum van de band, en dat is meteen veelzeggend: Simple Minds koos hier niet voor een makkelijke meezinger als opener, maar voor iets donkerders, filmischers en geheimzinnigers.
Op de officiële songarchieven wordt gesproken over een subtiele treinriff, Oost-Europese strijkers en bijna een spionagefilm-sfeer, en recensenten van toen zagen het als een duidelijke statement of intent.
Geen nostalgische terugblik dus, maar een band die nog steeds sfeer kon bouwen en spanning kon oproepen zonder op oude hits te leunen. Dat vind ik misschien nog wel het sterkst aan deze track: hij vraagt iets meer aandacht, maar als je hem die geeft, blijft hij ook echt hangen. Een latere parel, zonder twijfel.
Dat was Alive And Kicking, misschien wel de warmste vuist-in-de-lucht-plaat van Simple Minds. Het nummer komt van Once Upon a Time, het album dat in 1985 naar de eerste plek van de Britse albumlijst ging, en de single zelf schopte het tot nummer 7 in het Verenigd Koninkrijk en nummer 3 in de Verenigde Staten.
Jim Kerr vertelde later dat de inspiratie voor de tekst kwam tijdens een zomers verblijf in New York, op een moment waarop de band voelde dat alles openlag en er echt iets in de lucht hing. Dat hoor je ook: dit is geen sombere new wave meer, dit is pure hoop op groot formaat.
En dan heb je natuurlijk nog dat slot met die beroemde zanglijn die iedereen kan meedoen. Geen ingewikkelde poëzie, gewoon zo’n refrein dat meteen mensen verzamelt. En op de radio is dat goud, toch.
Dat was Someone Somewhere In Summertime, de openingstrack van New Gold Dream, en je kunt je eerlijk gezegd nauwelijks een mooiere binnenkomer voorstellen. Deze song begon ooit met de werktitel Summer Song, en dat voel je nog steeds: alles eraan gloeit, zweeft en lijkt in zacht licht te baden.
New Gold Dream geldt binnen de Simple Minds-catalogus als de grote doorbraakplaat en als een album waar de band zelf nog altijd met bijzondere liefde op terugkijkt. De Guardian noemde dit nummer ooit een “wals door mythische augustusnevel”, en dat is eigenlijk enger raak dan je lief is. Het was niet hun grootste chartkraker, maar wel precies zo’n lied waardoor je snapt waarom mensen Simple Minds in deze periode bijna magisch vonden. Minder spierballen, meer sfeer. En juist daardoor blijft het zo erg hangen.
Dat was Theme For Great Cities, en ja hoor, een instrumentaal nummer dat zó veel karakter heeft dat woorden hier bijna in de weg lopen.
In de officiële archieven van de band lees je dat het in 1981 begon als een van drie demo’s die Mick MacNeil aan Jim Kerr doorgaf, en omdat er maar geen tekst op wilde landen, stond het intern een tijd bekend als The Third Track.
Gelukkig bleef het instrumentaal, want juist daardoor kreeg het iets futuristisch en open. Later werd het volgens diezelfde archieven en volgens de Guardian een track die opvallend veel invloed had op latere dance- en Balearic-remixen. Best spectaculair voor iets dat ooit gewoon als hardnekkige demo rondzwierf.
Dit is de avontuurlijke, vroege Simple Minds: minder stadion, meer nachtelijke snelweg, neon in de verte, en een motor die maar blijft draaien.
Dat was Waterfront, en achter die grote, directe rocksound zit eigenlijk een heel lokaal en menselijk verhaal. Het nummer verscheen op Sparkle in the Rain uit 1984, het album dat voor Simple Minds de grote commerciële doorbraak betekende en meteen naar nummer 1 ging in het Verenigd Koninkrijk.
Jim Kerr vertelde dat Waterfront ontstond in een periode waarin Glasgow in verval was geraakt: scheepswerven verdwenen, de stad voelde als een spookstad, en toch zag hij tijdens een avondwandeling langs de rivier ineens weer leven terugkeren. Daar begon de tekst te stromen.
En Charlie Burchill vertelde dan weer hoe die beroemde baslijn ontstond via een Dynacord-versterker en eigenlijk neerkomt op één herhaalde noot.
Moraal van het verhaal: soms heb je geen duizend noten nodig, maar gewoon één goeie. En deze is raak, elke keer opnieuw.
Dat was Book Of Brilliant Things, en dat is zo’n nummer dat je misschien niet als eerste noemt als het over hits gaat, maar wel meteen voelt als je het hoort. Het staat op Sparkle in the Rain, maar de achtergrond maakt het nog veel mooier: Jim Kerr zei later dat dit een van de Simple Minds-songs is waarmee hij zich het sterkst verbonden voelt.
De inspiratie kwam onder meer van zijn vader, die zichzelf ontwikkelde door veel te lezen, en daardoor zit er in deze song veel meer dan alleen mooie melodie. Het gaat ook over kennis, verbeelding en de vrijheid om zelf te denken.
Misschien is dat precies waarom het nummer zo’n lange adem heeft, want het staat nog altijd in hun liveverhaal; ook op het in Amsterdam opgenomen Live in The City of Diamonds is het weer present. Niet schreeuwerig, wel van blijvende klasse.
Zo liep deze discografische reis van Simple Minds in een mooie boog door de tijd: van het instrumentale stadsbeeld van “Theme for Great Cities” naar de doorbraak van “Promised You a Miracle,” “Glittering Prize” en “Someone Somewhere (In Summertime)”; van de Clyde-puls van “Waterfront” en het gespierde “Speed Your Love to Me” naar het wereldwijde kantelpunt “Don’t You (Forget About Me)”. Daarna kwamen de grote arena-jaren met “Alive and Kicking,” “Book of Brilliant Things,” “Sanctify Yourself,” “All the Things She Said” en “Ghostdancing,” gevolgd door de politieke zwaarte van “Belfast Child,” het opklarende “See the Lights,” en tenslotte de late herstart met “Moscow Underground.” Dat is precies waarom Simple Minds zo goed werkt in “deDiscografievan…”: niet alleen om de hits, maar om het hele verhaal eromheen. Dit was een spin-off in de geest van deMuziekExperts: bekend waar het moet, nieuwsgierig waar het leuk wordt, en altijd net even verder dan de eerste meezinger.
Volgende week zijn we weer bij je terug met een reguliere uitzending van deMuziekExperts, nog even zonder Piet, maar hij komt binnenkort terug, al is het maar telefonisch! Maar wel nog altijd om acht uur op de dinsdagavond en elf uur op zaterdagochtend!
Voor meer informatie, teksten en fragmenten rondom dit programma of deMuziekExperts, bekijk je de volledig vernieuwde website, demuziekexperts.nl.
Ik dank je voor het luisteren, en wat deDiscografievan.. betreft, zie ik je eind volgende maand weer terug, met dan weer zo’n fantastische artiest of band! Tot dan of tot volgende week!
We leven in een tijd waarin spiegels niet meer van glas zijn… maar van schermen. Elke swipe, elke scroll, elke video zegt eigenlijk hetzelfde: “kijk naar mij… en word een beetje zoals ik.” Het is een wereld waarin filters gladder zijn dan de werkelijkheid, en waar ‘perfectie’ soms meer lijkt op een marketingstrategie dan op een mens.
En ergens is dat ook logisch. We hebben altijd al voorbeelden gehad. Vroeger keek je naar filmsterren, naar artiesten, naar mensen op een podium. Maar het verschil is… die stonden op afstand. Nu zit dat voorbeeld in je broekzak. 24 uur per dag. Met een kortingscode erbij.
Het gekke is: hoe dichterbij het komt, hoe minder echt het soms wordt. Want achter die glimlach zit vaak een contract. Achter die tip zit een verdienmodel. En achter die “dit moet je echt proberen” zit soms iets waar niemand echt over nadenkt… behalve de bankrekening.
De vraag is dus niet alleen: wat zien we? Maar vooral… wat nemen we klakkeloos over? En nog belangrijker: wat doet dat met ons, zonder dat we het doorhebben?
Vele mensen in de ontwikkelde delen van de wereld zijn de laatste decennia onder sterke invloed van influencers gekomen. Die werken vaak vanuit een kleine eigen wereld en worden bij succes snel ingepalmd door reclamemensen en bedrijven, die hun soms miljoenen volgers als klanten proberen over te nemen en zo hun productafzet vergroten.
De influencer wordt daar rijker van, maar verliest ook onafhankelijkheid door de druk van die partijen. En dan ontstaat een risico: er worden uitspraken gedaan over bijvoorbeeld rolverdelingen, medicijnen of manieren om je lichaam aan te passen — vaak zonder goede onderbouwing. Dat gebeurt om te voldoen aan tijdelijke schoonheidsidealen.
Ondertussen stroomt er veel geld van volgers, die soms bijna gelovig worden, naar die driehoek van influencer, producent en reclame.
Na verloop van tijd neemt de aandacht vaak af. Mensen hebben genoeg gekocht, of verliezen interesse. Soms ontstaan er zelfs problemen door slechte materialen bij cosmetische ingrepen, of door medicijnen die zonder doktersadvies zijn aangeschaft via onbetrouwbare aanbieders. Die middelen belanden deels ook in het milieu, met negatieve gevolgen voor water, planten en dieren. Zo ontstaat een keten die niet alleen de natuur schaadt, maar uiteindelijk ook onszelf.
De plastisch chirurg krijgt het druk met het herstellen van schade. Overheden en milieuorganisaties grijpen vaak pas in als de problemen zichtbaar zijn geworden. Pas na het najagen van een ‘beter uiterlijk’ komt bij velen het besef dat het innerlijk meer aandacht verdient.
Via studie, lezen, sporten en goede voorlichting vinden mensen dan een andere weg. Het lijkt alsof eerst de nadelen ervaren moeten worden, voordat we begrijpen dat echte groei van binnen zit — en niet in wat je koopt of laat aanpassen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les: rijkdom zit niet in hoe je eruitziet, maar in wat je ontwikkelt van binnen. En dat kost vaak minder… maar levert uiteindelijk veel meer op.
De invloed van de maan op de aarde is gelukkig stabiel
00:00
00:00
We leven in een tijd waarin de mens alles wil sturen. Het weer, de energieprijzen, ons eigen slaapritme… zelfs hoe laat we opstaan laten we bepalen door een app. Controle is het nieuwe goud. Maar ergens daarboven hangt iets dat zich daar helemaal niks van aantrekt. Geen update, geen algoritme, geen minister die er beleid op maakt.
En toch… blijven we proberen. We praten over klimaatbeheersing, over geo-engineering, over het beïnvloeden van de natuur alsof het een thermostaat is. Iets te warm? Draaien we ‘m omlaag. Iets te nat? Dan fixen we dat wel. Het klinkt soms alsof de aarde een apparaat is dat we even opnieuw kunnen instellen.
Maar wat als er krachten zijn die al miljoenen jaren precies doen wat ze moeten doen… zonder dat wij daar ook maar iets van begrijpen? En wat als onze drang om in te grijpen juist het enige is dat die balans kan verstoren?
Het is een fascinerend idee: dat iets ogenschijnlijk eenvoudigs, iets wat we elke avond zien zonder erbij stil te staan, misschien wel één van de meest bepalende factoren is voor hoe wij hier überhaupt kunnen leven. En tegelijkertijd… misschien ook iets waar we, laten we eerlijk zijn, beter gewoon met onze tengels vanaf kunnen blijven.
De maan die rondom ons draait heeft veel meer invloed dan wij mensen weten. En lijkt een stabiele factor waar wij als mens niet veel aan kunnen verknoeien of veranderen. Wat als die maan er niet zou zijn? Dat is de eerste vraag in deze column. Er was ooit een professor doe voorstelde om ons arsenaal aan kernbommen maar op de maan af te vuren. Want dan zouden er bij ons op die aarde geen overstromingen en eb en vloed meer bestaan of hittegolven. De warmte-regulatie in de oceanen houdt dan op. De nachtdieren zijn hun navigatie dan kwijt qua zicht en magnetisme-gevoel.
Door de wel geringe aantrekkingskracht van de maan wiebelt de aarde minder. Wel blijft de aarde leefbaar, met of zonder dat rare schepsel mens. Dat idee om de maan op te ruimen is al net zo idioot als het maar door blijven vergroten van het kernwapen-areaal.
We moeten de maan vooral blijven zien als een onlosmakelijk geheel van onze aarde met de pluspunten en die paar minpunten. Volgens onderzoeken is deze maan zelfs een deel van de aarde geweest. Totdat er een verschrikkelijke botsing plaatsvond tussen de aarde en een iets kleinere planeet, die nu nog als een soort stofwolk in ons zonnestelsel rondvliegt onder de naam Planetoïdengordel of de Asteroïedengordel tussen Mars en Jupiter in.
Binnenkort gaan er weer eens na lange tijd een paar mensen naar de maan om er ook op te gaan staan. Een van die kosmonauten meldde dat de maan ook nog wel eens een aardige reisbestemming zou kunnen worden. Mij lijkt dat niet zo gunstig voor die maan. We hebben bv. al voor duizenden tonnen ruimteafval gezorgd en dat toenemende afval zal dan bij de heen en weer vluchten naar de maan zich ook uit gaan strekken naar de oppervlakte van deze maan. En voor de mens is een avondje volle maan een rustpunt en een romantisch teken in ons hectische 21e eeuwse maatschappij. Gelukkig maar, het bestaan van deze maan.
Er was een tijd — en dat klinkt meteen alsof we met een kopje koffie bij opa aan tafel zitten — dat internationale samenwerking iets bijna magisch had. Landen die samenkwamen, niet om elkaar de maat te nemen, maar om elkaar tegen te houden. Tegen oorlog, tegen chaos, tegen… onszelf eigenlijk.
Vandaag de dag voelt dat anders. We hebben meer overleg, meer vergaderingen, meer camera’s… maar minder resultaat. Het is een beetje alsof je met tien man een lekkend dak staat te bespreken, terwijl het ondertussen gewoon doorregent in de woonkamer.
En ja, we zien alles. Of nou ja… we dénken dat we alles zien. Beelden, meningen, analyses — de hele dag door. Maar hoe meer er binnenkomt, hoe minder duidelijk het wordt wat er nou écht speelt. Het grote plaatje raakt versnipperd, alsof iemand de puzzelstukjes heeft uitgedeeld en niemand nog weet hoe het eindresultaat eruit hoort te zien.
En ergens, midden in dat wereldtoneel… staat nog altijd dat ene grote podium. Met vlaggen, microfoons en mooie woorden.
Maar wat gebeurt daar nog echt?
Al jaren vragen wij ons af of er in dat enorme gebouw van de Verenigde Naties in New York, met al die betaalde medewerkers van aangesloten landen, nog iets tot stand wordt gebracht. De nieuwsmedia overal ter wereld hebben iedere dag veel te melden, vooral over de actuele gebeurtenissen van die dag, door filmbeelden te tonen met commentaar erbij of erna.
Dat is een constante hapsnap, een diarree aan beelden. De beeldeditors zien meer dan de presentatoren. Wat laten ze niet zien, wat wordt gecensureerd? Zo weten we dat we niet alles weten. Of dat we bijna niet meer weten wat echt waar is, wat belangrijk of urgent is in de wereld. En of dat urgent is, of kennis waar we later iets aan hebben.
Libanon smeekte de VN om in te grijpen omdat het rabiate Israël in zijn verbeten jacht op Hamas delen van Zuid-Libanon wil halveren door bruggen op te blazen en huizen te vernietigen. Waarschijnlijk met de inboedel van onschuldige burgers er nog in. Want naast een paar Hamassers gaan er veel meer burgers dooD door collateral damage.
Nog een voorbeeld van een lamgeslagen VN: in en rond de Zuidpool verdwijnt kwetsbare natuur door massale vervuiling van lucht en water.
Dieren verdwijnen door enorme Japanse vissersschepen die al jaren jagen op grote hoeveelheden krill. Daardoor hebben walvissen niet genoeg voedsel en zijn er minder scholen vis voor pinguïns, dolfijnen en orka’s. Die vangsten verdwijnen in de voedings- en medicijnenindustrie.
Daar zouden de Verenigde Naties kunnen optreden, bijvoorbeeld met een vloot van welwillende naties die het milieu beschermen. Dat is ook nodig in de grote oerwoudgebieden op aarde. Die reguleren via wind- en zeestromen de wateraanvoer en het leven met planten en dieren. Met goede bescherming kunnen ecosystemen zelfs herstellen.
Waarvoor dienen anders die Verenigde Naties, sinds de Tweede Wereldoorlog ingesteld om oorlogen te voorkomen en de aarde te helpen voortbestaan? Kom op landen, grijp op tijd in, met kracht en inventiviteit!
We leven in een tijd waarin alles sneller moet. Sneller scrollen, sneller reageren, sneller vergeten ook eigenlijk. Onze aandacht is als een kat met een laserpen — hup, weer ergens anders.
We lezen de hele dag door… maar wat lezen we nou echt? Meldingen. Koppen. Drie woorden, misschien vier. En dan vinden we het alweer mooi geweest.
Het gekke is: we weten alles, maar begrijpen steeds minder. We zien alles, maar beleven weinig. Alles komt binnen in hapklare brokjes — alsof het leven zelf een soort snackautomaat is geworden. Druk op de knop, krijg een idee. Volgende!
En ergens onderweg… zijn we het grotere verhaal een beetje kwijtgeraakt.
Want een verhaal kost tijd. Geduld. Aandacht. Dingen waar we tegenwoordig net zo zuinig op zijn als op een volle batterij om 2 uur ‘s nachts.
En precies daar — in dat langzame, dat aandachtige — zit misschien wel iets wat we een beetje vergeten zijn.
De Boekenweek is in het leven geroepen als een jaarlijkse collectieve reclame om ons aan het lezen te krijgen. Maar dat lezen doen we nog wel, alleen op een heel andere manier. We lezen vaak nog slechts losse woordjes of een paar zinnen achter elkaar. Het gaat dan vooral om instructies in plaats van een verhaal, dat al snel te lang wordt gevonden om helemaal te lezen of tot je te nemen.
Maar dan mis je wel wat. Neem nog steeds de moeite om meer en langer te lezen in interessante boeken, mensen! Daardoor geïnspireerd gaan we muziek luisteren, gamen of iets bestellen — vaak van bedenkelijke kwaliteit.
Nog even over die kwaliteit: de muziek klinkt schel uit een klein kastje dat we een mobieltje noemen. Gamen duurt lang, is slecht voor je ogen en soms je oren, en komt ook via datzelfde kleine apparaat. En dan de online bestelde spullen die we denken nodig te hebben, waarvan we de kwaliteit of milieuvriendelijkheid niet kunnen zien of testen zoals in fysieke winkels. Nee, er zijn leukere manieren om te luisteren, te spelen of iets goeds te kopen.
Piet was met vrienden in een tweedekanswinkel tijdens de Boekenweek en maakte iets leuks mee in twee van zulke winkels. In de eerste kon je bij de kassa oudere Boekenweekgeschenken of essays gratis uitzoeken. Een klein boekje per gekocht boek. Piet kocht 6 boeken van een euro en liep met 10 boeken de winkel uit.
In de tweede recycleshop zag Piet tot zijn vreugde het boek liggen dat hij al wilde kopen in de echte boekenwinkel. In prachtige kwaliteit, voor 2,50. Dat had hij er natuurlijk wel voor over.
Als afsluiting kan Piet wel stellen dat het Boekenweekgeschenk zo niet direct lezers naar de boekwinkel lokt. Piet heeft besloten die week geen boek meer te kopen en gewoon te wachten tot het Boekenweekgeschenk 2026 ergens voor een euro opduikt in een tweedekansparadijs. Sorry boekhandel — Piet blijft klant, maar 11 boeken voor 8,50 vond hij al heel leuk en meer dan genoeg.
Dit lied Love You Till Tuesday is de eerste single van David Bowie op de Nederlandse markt in 1967. Dat is twee jaar voordat hij echt doorbreekt in de popwereld. Daardoor is deze plaat vrij zeldzaam, omdat hij destijds nog geen grote oplage kende.
David had zich net een nieuwe, meer aansprekende achternaam aangemeten: Bowie. Dat viel meer op dan zijn echte naam David Robert Jones. Hij werd geboren op 8 januari 1947 in Brixton, Londen, en veranderde zijn naam in de jaren zestig om verwarring met Davy Jones te voorkomen.
In dit nummer hoor je nog duidelijk zijn musicalachtige stijl terug. Bowie begon namelijk in dat circuit en speelde tussen 1964 en 1967 in bandjes als The King Bees, The Manish Boys en Davy Jones and the Lower Third. Het is een jonge Bowie, nog zoekend, maar al vol karakter en flair.
Niet alles wat Bowie opnam was van zijn eigen hand. Met Amsterdam laat hij horen hoe sterk hij beïnvloed werd door andere artiesten. In dit geval door de legendarische Jacques Brel, die dit nummer schreef en de stad bezong in het Frans.
Bowie maakt er zijn eigen versie van, een soort aubade aan zowel Brel als aan de stad Amsterdam zelf. Zijn uitvoering is rauw, intens en bijna theatraal, precies zoals Brel het bedoeld had, maar dan met Bowie’s eigen stempel.
Het geeft dit programma ook een mooi Nederlands tintje. En tegelijk hoor je hier een artiest die niet bang is om zijn invloeden te omarmen en er iets persoonlijks van te maken.
David Bowie was niet alleen bezig met opvallende en vernieuwende muziek, hij genoot ook zichtbaar van het uitgaansleven en de energie daaromheen. Dat hoor je terug in Boys Keep Swinging uit 1979.
Dit nummer komt van het album Lodger en laat een meer experimentele kant van Bowie horen. Het heeft een speelse, bijna provocerende toon, waarin hij speelt met rollen, identiteit en imago.
Ter vergelijking: zijn latere hit Let’s Dance uit 1983 is veel commerciëler en wereldwijd succesvol. Boys Keep Swinging is juist rauwer en eigenzinniger. Beide nummers komen uit totaal verschillende fases, maar laten samen zien hoe veelzijdig Bowie was — altijd in beweging, altijd op zoek naar iets nieuws.
Een van zijn meest intrigerende albumtracks is Warszawa, afkomstig van de voor velen iconische LP Low uit 1977. Voor sommigen zelfs zijn mooiste werk.
Dit nummer werd nooit als single uitgebracht, mede vanwege de lengte en het ontbreken van een traditionele structuur. Toch is het een indrukwekkend voorbeeld van Bowie’s experimentele kant.
Warszawa is grotendeels instrumentaal en roept een grauwe, troosteloze sfeer op van het toenmalige communistische Warschau, een stad die Bowie in 1973 bezocht. De mysterieuze zang in het midden van het nummer is gebaseerd op een opname van het Poolse folkkoor Śląsk.
Het is muziek die je niet zomaar hoort, maar die je langzaam meeneemt — alsof je door een verlaten stad loopt waar elke echo een verhaal vertelt.
David Bowie werkte vaker samen met bevriende artiesten, en Tonight is daar een mooi voorbeeld van. In dit duet met Tina Turner hoor je twee grote stemmen samenkomen in één nummer.
Of deze samenwerking spontaan ontstond of vanuit de platenmaatschappij kwam, is niet helemaal duidelijk. Wat wél duidelijk is, is dat het live enorm goed werkte. Op het podium zorgde dit duet voor energie en enthousiasme bij het publiek.
Hier hoor je het nummer in pure audiovorm, zonder beeld. Juist daardoor komt de kracht van het duet extra naar voren. Voor muziekliefhebbers zit de magie vaak niet in wat je ziet, maar in wat je hoort.
The Jean Genie is een van die nummers die meteen binnenkomt. Met zijn kenmerkende staccato-ritme werd het een instant hit die het publiek direct wist te grijpen.
Het nummer staat op Bowie’s zesde studioalbum Aladdin Sane uit 1973, een plaat die zijn glamrock-periode perfect samenvat. In deze tijd was Bowie op zijn meest uitgesproken, zowel muzikaal als visueel.
Wat Bowie zo bijzonder maakte, is dat hij stijlen kon combineren en daar zijn eigen draai aan gaf. Zijn ‘touch and feel’ zorgde ervoor dat elk nummer iets unieks kreeg. The Jean Genie is daar een perfect voorbeeld van: rauw, energiek en onvergetelijk.
Ik begin vanavond in 1969, het jaar waarin de mens voor het eerst voet zet op de maan. David Bowie speelt daar slim op in met Space Oddity, een nummer dat draait om astronaut Major Tom, die langzaam het contact met de aarde verliest. Het lied voelt als sciencefiction, maar is eigenlijk een verhaal over vervreemding en loslaten.
Bowie zat in deze periode nog zoekend naar zijn identiteit als artiest. Hij was nog geen wereldster, maar wel iemand met een scherp gevoel voor timing en sfeer. De productie is minimalistisch en dromerig, met de iconische stylophone die het ruimtelijke gevoel versterkt.
De release vlak rond de maanlanding gaf het nummer extra impact, en het werd zijn eerste grote hit. Hier hoor je een jonge Bowie die nog aan het begin staat, maar al wel die unieke combinatie heeft van theatrale storytelling en muzikale lef.
We springen naar 1971. Bowie is inmiddels artistiek gegroeid en laat dat horen op Life on Mars?, een van zijn meest complexe en gelaagde nummers. Het lied vertelt het verhaal van een meisje dat zich verloren voelt in haar eigen wereld en haar toevlucht zoekt in film en fantasie.
Muzikaal is dit pure klasse: een dramatische pianopartij, orkestrale arrangementen en een opbouw die bijna klassiek aanvoelt. Bowie zit hier midden in zijn glamrock-periode, waarin hij zich steeds extravaganter presenteert, maar tegelijkertijd inhoudelijk scherp blijft.
Opvallend detail: het nummer ontstond nadat Bowie eerder had gewerkt aan een Engelse versie van een lied van Frank Sinatra. Dat mislukte, maar de melodische ideeën bleven hangen — en groeiden uit tot dit meesterwerk. Life on Mars? laat zien hoe Bowie van een popartiest verandert in een echte kunstenaar.
In 1972 is daar Starman, het nummer dat Bowie definitief op de kaart zet als icoon van de glamrock. Dit is het begin van zijn alter ego Ziggy Stardust: een buitenaardse rockster die hoop brengt aan de jeugd.
De tekst gaat over een buitenaards wezen dat via de radio contact maakt met jongeren — een metafoor voor muziek als ontsnapping en verbinding. Het refrein is catchy, maar de boodschap is diep: je hoeft er niet bij te horen om ertoe te doen.
In deze periode was Bowie flamboyant, vernieuwend en bewust provocerend. Zijn optreden bij Top of the Pops, waarin hij zijn arm om gitarist Mick Ronson sloeg, werd legendarisch en brak met sociale normen van die tijd. Starman is niet alleen een hit, het is een cultureel moment.
We gaan naar 1983, een compleet andere Bowie. China Girl bestond al eerder als samenwerking met Iggy Pop, maar Bowie maakte het nummer toegankelijker en commerciëler voor een groter publiek.
De tekst lijkt op het eerste gezicht een liefdeslied, maar heeft ook een donkere onderlaag over culturele verschillen en obsessie. Bowie speelt hier bewust met dat contrast.
In deze periode is hij minder experimenteel en meer gericht op succes. Hij werkt samen met topmuzikanten en producers, en zijn sound wordt strakker en radiovriendelijker. De videoclip, waarin stereotypen worden doorbroken, laat zien dat Bowie nog steeds maatschappelijk bewust is. China Girl markeert zijn overgang naar wereldwijde superstardom.
Let’s Dance is dé Bowie-hit uit 1983 en misschien wel zijn grootste commerciële succes. Het nummer is geproduceerd door Nile Rodgers, bekend van zijn funk- en discogeluid.
De groove is onweerstaanbaar, met een strakke gitaarlijn en een dansbare beat. Maar ook hier zit meer onder de oppervlakte: de videoclip behandelt thema’s als ongelijkheid en culturele identiteit.
Bowie zelf zat in deze fase op het toppunt van zijn roem. Hij was stijlvol, zelfverzekerd en volledig in controle. Waar hij in de jaren zeventig experimenteerde met persona’s, kiest hij hier voor een toegankelijker imago — zonder zijn artistieke kracht te verliezen. Let’s Dance is Bowie die de wereld verovert, op zijn eigen voorwaarden.
We eindigen in 1997, een tijd waarin Bowie opnieuw zichzelf uitvindt. I’m Afraid of Americans is donkerder, industriëler en beïnvloed door elektronische muziek.
Het nummer ontstond in samenwerking met Trent Reznor de oprichter, voorman en het breind achter de muziek van de alternative Rockband “Nine Inch Nails”, het laat een Bowie horen die kritisch kijkt naar globalisering en de invloed van Amerikaanse cultuur. De tekst is scherp, bijna cynisch, maar ook observerend.
In deze fase is Bowie geen trendvolger meer, maar iemand die trends absorbeert en opnieuw vormgeeft. Hij beweegt zich moeiteloos mee met de jaren ’90 sound zonder zijn identiteit te verliezen. Dit nummer bewijst dat Bowie niet alleen een icoon van het verleden is, maar ook relevant blijft in een compleet nieuw muzikaal landschap.
Muzikaal is Turn It On Again bijzonder doordat het nummer grotendeels in een ongewone maatsoort staat, namelijk 13/8. Dat maakt het ritme net iets anders dan de meeste popliedjes uit die tijd. Toch klinkt het voor veel luisteraars heel natuurlijk, wat laat zien hoe inventief Genesis met ritmes en structuren omging.
Het nummer staat op de tiende studio-LP van Genesis, Duke, uit 1980. Dat album vormt een overgang tussen het symfonische werk uit de jaren zeventig en het meer toegankelijke popgeluid van de jaren tachtig. De band bestond toen uit Phil Collins, Tony Banks en Mike Rutherford. Turn It On Again werd een grote hit en groeide uit tot een van de bekendste nummers van Genesis, dat jarenlang een vaste plaats had in hun live-concerten.
Fijn dat u luistert naar deDiscografievan, het uitstapje van deMuziekExperts. In deze tweede aflevering staat de muziek van Genesis centraal.
De titel Land Of Confusion verwijst naar een wereld die volgens de band steeds onoverzichtelijker werd, met leiders die elkaar wantrouwden en een samenleving die voortdurend onder spanning stond. Daarmee kreeg het nummer een boodschap die destijds veel mensen aansprak.
Het nummer werd nog beroemder door de opvallende videoclip. Daarin verschijnen de bandleden en verschillende wereldleiders als karikaturale poppen in de stijl van het Britse satirische televisieprogramma Spitting Image. In de clip zie je onder andere een overdreven versie van de Amerikaanse president Ronald Reagan, wat de politieke satire van het nummer nog eens extra benadrukt.
Land Of Confusion werd een internationale hit en liet zien hoe Genesis in de jaren tachtig popmuziek kon combineren met maatschappelijke thema’s.
U luistert naar deDiscografievan, de spin-off van deMuziekExperts. In deze tweede uitzending duiken we in de rijke discografie van Genesis.
Het lied gaat over iemand die volledig in de ban raakt van een mysterieuze aantrekkingskracht, een soort ongrijpbare invloed die iemand op je kan hebben. In de tekst wordt dat beschreven als een “onzichtbare aanraking”, iets wat je niet kunt verklaren maar waar je toch niet aan kunt ontsnappen. Het thema draait dus om fascinatie en verleiding, maar ook om het idee dat sommige gevoelens moeilijk onder woorden te brengen zijn.
Muzikaal is Invisible Touch een perfect voorbeeld van de meer popgerichte stijl die Genesis in de jaren tachtig ontwikkelde. De synthesizers van Tony Banks, het herkenbare drumgeluid van Phil Collins en de melodieuze baslijnen van Mike Rutherford zorgen samen voor een strak en toegankelijk geluid.
Het album Invisible Touch werd uiteindelijk het best verkochte album uit de geschiedenis van Genesis en bevatte meerdere hits. Daarmee bewees de band dat ze na hun symfonische beginjaren ook in het poptijdperk een enorme impact konden hebben.
De titel Squonk verwijst naar een mythisch wezen uit de folklore van de Amerikaanse staat Pennsylvania. Volgens de legende is de squonk een droevig dier dat zich schaamt voor zijn uiterlijk en daarom voortdurend huilt. Wanneer iemand het probeert te vangen, lost het wezen simpelweg op in zijn eigen tranen. Genesis gebruikte deze merkwaardige legende als inspiratie voor het nummer.
In de tekst symboliseert de squonk mensen die worstelen met onzekerheid en zelftwijfel. Muzikaal bouwt het nummer langzaam op, met een krachtige gitaarriff en een stevige ritmesectie die uiteindelijk uitmondt in een groots refrein.
De naam Squonk werd later ook gebruikt door een Nederlandse coverband die zich specialiseerde in het spelen van Genesis-muziek. Daarmee kreeg het nummer zelfs een klein stukje Nederlandse muziekgeschiedenis.
Je luistert naar deDiscografievan, de spin-off van deMuziekExperts. Dit is uitzending twee, en die staat helemaal in het teken van Genesis.
Het nummer is geschreven door toetsenist Tony Banks en staat bekend om zijn warme melodie en dromerige sfeer. In de tekst wordt een moment van verlies en verwarring beschreven, waarbij iemand beseft dat alles wat vertrouwd leek ineens verdwenen is. Tegelijkertijd zit er ook een gevoel van hoop in, alsof er na de chaos toch weer licht verschijnt.
De titel Afterglow verwijst naar het nagloeien van een ervaring. Dat kan het gevoel zijn dat je overhoudt na een intens concert, een bijzondere avond of een emotionele gebeurtenis. Die echo van een ervaring blijft nog even hangen, zelfs wanneer het moment zelf al voorbij is.
In de live-optredens van Genesis groeide Afterglow uit tot een geliefd slotnummer. Het rustige begin en het krachtige einde maakten het tot een indrukwekkend moment in hun concerten, waarbij het publiek vaak nog even bleef nagenieten van de muziek.
Firth of Fifth is een van de meest geliefde progrockstukken van Genesis en verscheen in 1973 op het album Selling England by the Pound. Het nummer begint met een klassiek aandoende pianointro van Tony Banks, bijna alsof je een concertzaal binnenloopt waar een symfonieorkest zich al warm speelt. Die opening zet meteen de toon voor een compositie die bijna negen minuten lang verschillende muzikale werelden met elkaar verbindt.
Halverwege komt een van de beroemdste momenten uit het Genesis-oeuvre: de lange, lyrische gitaarsolo van Steve Hackett. Die solo klinkt bijna als een zingende melodie en groeide uit tot een vaste favoriet bij fans. Tekstueel schetst Peter Gabriel een beeld van een rivier die door het Engelse landschap stroomt, met een lichte melancholie over een wereld die langzaam verandert.
Met zijn afwisseling van zachte passages en krachtige bandstukken laat Firth of Fifth perfect horen waarom Genesis in de jaren zeventig tot de absolute top van de progressieve rock behoorde.
Fijn dat u luistert naar deDiscografievan, het muzikale uitstapje van deMuziekExperts. In deze tweede uitzending staat één band centraal: Genesis.
Dit nummer opent het ambitieuze dubbelalbum The Lamb Lies Down on Broadway uit 1974, een conceptplaat die het verhaal vertelt van Rael, een straatjongen uit New York die een surrealistische reis beleeft door een bizarre onderwereld. Het titelnummer zet meteen de sfeer neer: een strak ritme, een herkenbare pianolijn van Tony Banks en de theatrale zang van Peter Gabriel.
Voor Genesis was dit album een enorm project, zowel muzikaal als visueel. Tijdens de tour verschenen er grote projecties en theatrale kostuums op het podium, iets wat destijds vrij revolutionair was in de rockwereld. Kort na deze plaat zou Peter Gabriel de band verlaten, waardoor The Lamb Lies Down on Broadway ook een beetje het sluitstuk werd van de eerste Genesis-periode.
Het nummer zelf bleef echter een klassieker en laat perfect horen hoe Genesis storytelling en muziek tot één groot avontuur wist te maken.
Met Mama slaat Genesis in 1983 een compleet andere richting in. Het nummer staat op het album Genesis en laat horen hoe de band zich ontwikkelde van progressieve rockgroep naar een meer moderne, elektronische pop- en rocksound.
Het begint met een donkere drumcomputer en een dreigende synthesizerlijn van Tony Banks. Daaroverheen zingt Phil Collins een tekst die gaat over obsessie en verlangen, verteld vanuit het perspectief van een jonge man die gefascineerd raakt door een oudere vrouw. Het meest opvallende moment komt wanneer Collins plots dat bijna manische, lachachtige geluid laat horen – een effect dat hij kreeg door te experimenteren met echo en galm in de studio.
Mama werd een grote hit in Europa en bereikte in Nederland zelfs de nummer-1 positie. Live groeide het uit tot een indrukwekkende openingssong van concerten, waarbij de spanning langzaam werd opgebouwd totdat de band vol losbarstte.
Het nummer laat zien hoe Genesis in de jaren tachtig nog steeds vernieuwend kon zijn, maar nu met een rauwere, modernere energie.
Welkom bij deDiscografievan, de spin-off van deMuziekExperts. U hoort aflevering twee, en die draait helemaal om de muziek van Genesis.
Dit nummer is niet helemaal kloppend in onze Genesis special, maar het is wel een van de bekendste nummers van Phil Collins, die toch de meeste jaren in Genesis zat. In The Air Tonight verscheen in 1981 op zijn eerste soloalbum Face Value. Collins schreef het nummer in een periode waarin zijn huwelijk net was stukgelopen, en die emotie hoor je duidelijk terug in de spanning die langzaam wordt opgebouwd.
De song begint heel minimalistisch met een eenvoudige drumcomputer en mysterieuze synthesizers. Phil zingt bijna fluisterend, alsof hij een verhaal vertelt dat steeds zwaarder wordt. En dan komt het moment waar iedereen op wacht: rond drie minuten en veertig seconden barst plots die beroemde drumfill los. Een explosie van geluid die sindsdien een van de meest iconische drumfragmenten uit de popmuziek is geworden.
Hoewel het een solonummer is, laat het ook zien hoe groot de invloed van Phil Collins binnen Genesis was.
Dan nu het laatste nummer van vanavond, en dat is er één waar we normaliter ook deMuziekExperts mee afsluiten, namelijk Duke’s End.
En dat vormt tevens ook de krachtige afsluiting van het album Duke uit 1980. Het is eigenlijk het muzikale slotstuk van een reeks nummers die samen een soort mini-verhaal vormen binnen de plaat. Het album markeerde een overgangsperiode voor Genesis: de progressieve roots waren er nog, maar de band begon steeds toegankelijker te klinken.
Duke’s End is grotendeels instrumentaal en laat de band nog één keer volledig losgaan. Tony Banks speelt grote, symfonische synthesizerakkoorden, Mike Rutherford legt daar stevige baslijnen onder en Phil Collins drijft het geheel vooruit met energiek drumwerk. Het nummer verwijst muzikaal terug naar eerdere stukken op het album, waardoor het voelt alsof alle muzikale thema’s nog één keer samenkomen.
Voor veel fans is dit een bewijs dat Genesis zelfs in hun meer commerciële periode nog steeds de muzikale ambitie van hun progrockverleden kon laten horen. Duke’s End is daarmee niet alleen een afsluiter van een album, maar ook een brug tussen twee tijdperken van de band.