de Muziek Experts afspeellijst
datum: 07/07/2026
uitzending nr: 575
Fragmenten van deze uitzending
Jamiroquai zette eind jaren negentig funk, acid jazz en disco weer strak op de kaart, met Jay Kay als flamboyante blikvanger.
Canned Heat uit 1999 is pure dansvloer-energie: een stuwende groove, glanzende strijkers en precies die losse flair waar de band zo goed in was.
Het nummer staat op het album Synkronized en groeide uit tot een van hun bekendste singles.
EERSTE SPREEK
Cultuur (kort)
Vanavond in Cultuur: waarom een bankje soms meer zegt over een dorp dan een heel beleidsplan — en waarom het Rosarium misschien wel het kleinste dorpshuis van de wijk is.
Uitspraak (kort)
En in Piets uitspraak gaat het over groei onder de grond: want je kunt huizen plannen tot je pennen leeg zijn, maar als het stroomnet hoest, staat de toekomst toch even in de wacht.
Co-originele (kort)
Twee keer hetzelfde kompas, maar de ene wijst naar Abbey Road in 1969 en de ander laat de naald vandaag opnieuw trillen.
Hitmix
Verder vanavond een hitmix van Jamiroquai’s dansvloerwarmte via baroque pop, folk, hardrock en synthpop naar de warme glimlach van Louis Armstrong: vanavond draait de hitmix als een jukebox met vakantiegevoel en een licht filosofische tik.
The Beatles openden Abbey Road in 1969 meteen met spanning: Come Together, door John Lennon gebouwd uit een oude campagnelijn van Timothy Leary, werd een donkere, slepende rocksong vol raadselachtige beelden en een groove waar je langzaam in wordt gezogen.
First to Eleven uit Erie geeft die klassieker een moderne rockjas: zwaardere gitaren, een steviger ritme en toch nog steeds die broeierige swagger waardoor Come Together ook buiten de sixties overeind blijft.
CULTUUR
Introductie [Bas]
Soms zit de cultuur van een dorp niet in een theaterzaal, niet in een museum, en zelfs niet in een prachtig programmafoldertje met nét iets te kleine letters. Soms zit cultuur gewoon op een bankje.
Op een plek waar iemand even blijft zitten met een boodschappentas naast zich. Waar kinderen rondrennen alsof ze de Tour de France, het WK en de finale van Heel Holland Bakt tegelijk aan het winnen zijn. Waar een buurvrouw iemand groet die ze eigenlijk alleen kent van gezicht, maar toch al jaren. Waar iemand zijn hond uitlaat, waar iemand moppert over het weer, en waar iemand anders zegt: “Ach, het is wel goed voor de plantjes.” Want ja, dat is in Nederland altijd de troostprijs van regen.
We praten vaak over grote dingen als woningbouw, verkeer, veiligheid, parkeerdruk en leefbaarheid. Allemaal belangrijk. Maar soms begint leefbaarheid veel kleiner. Bij een boom die schaduw geeft. Bij een pad dat prettig voelt. Bij een speelplek waar ouders hun kinderen met een gerust hart laten spelen. Bij een stukje groen dat niet alleen groen is, maar een soort woonkamer zonder dak.
En misschien vergeten we dat we zulke plekken niet alleen moeten ontwerpen met linialen, plattegronden en vergadertafels. Je moet ze ook ontwerpen met herinneringen. Met kinderstemmen. Met buurtverhalen. Met mensen die weten waar de zon staat, waar het ’s avonds donker voelt, waar je graag zit, en waar je liever snel doorloopt.
Titel
Het Rosarium als ontmoetingsplek
Cultuur [Piet]
En precies daarom is het interessant dat bewoners van Bodegraven-Noord mogen meedenken over de toekomst van het Rosarium.
Op papier klinkt dat misschien klein: een parkje, een ontwerp, een bijeenkomst in het Huis van Alles. Maar eigenlijk gaat het over iets veel groters. Het gaat over de vraag hoe een wijk zichzelf ziet. Want een wijk is niet alleen een verzameling voordeuren. Een wijk leeft pas echt als er plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten zonder dat daar meteen een agenda, een toegangsbewijs of een QR-code aan hangt.
Het Rosarium moet volgens de plannen een groene, veilige en uitnodigende ontmoetingsplek worden. Dat zijn mooie woorden. Maar mooie woorden zijn een beetje als tuinmeubels in de folder: pas buiten merk je of ze echt lekker zitten. Daarom is het goed dat bewoners mogen meepraten. En vooral dat kinderen apart worden uitgenodigd. Want kinderen zijn vaak de beste ontwerpers van een buurt. Niet omdat ze verstand hebben van bestemmingsplannen, maar omdat ze precies weten waar je kunt rennen, waar je kunt verstoppen, waar je valt, waar je lacht en waar je liever niet komt omdat het “raar voelt”.
Dat het Rosarium al langer een plek is waar kinderen zich mee verbonden voelen, bleek jaren geleden ook al, toen leerlingen van de Da Costaschool aandacht vroegen voor hondenpoepoverlast. Dat klinkt misschien als klein nieuws, maar eigenlijk is het heel helder: kinderen zeiden toen al, op hun manier, “dit is ook onze plek”. En dat is precies waar lokale cultuur begint. Niet bij grote woorden, maar bij eigenaarschap. Bij het gevoel: dit stukje wijk hoort bij ons.
Daarom moet de toekomst van het Rosarium niet alleen gaan over nieuwe bankjes, betere paden of wat extra groen. Het moet gaan over de ziel van de plek. Wordt het een parkje waar je doorheen loopt, of een plek waar je blijft hangen? Wordt het netjes maar leeg, of levendig en vertrouwd? Wordt het ontworpen vóór bewoners, of mét bewoners?
Een goede ontmoetingsplek lost niet alles op. Een bankje voorkomt geen wereldproblemen. Was het maar zo simpel; dan hadden we de Verenigde Naties allang vervangen door een picknicktafel met twee prullenbakken. Maar een goede plek kan wel iets doen wat we vaak onderschatten: mensen uit hun huis halen. Kinderen ruimte geven. Ouderen een reden geven om even naar buiten te gaan. Buren de kans geven om van “die mevrouw van drie huizen verder” langzaam weer gewoon “buurvrouw” te worden.
En in een tijd waarin veel dorpen groeien, veranderen en verdichten, is dat misschien wel belangrijker dan ooit. Want je kunt woningen bouwen, straten herinrichten en parkeerplaatsen tellen tot je een ons weegt, maar een buurtgevoel kun je niet zomaar achteraf toevoegen. Dat moet je vanaf het begin meenemen.
Dus ja, het Rosarium is misschien maar één plek in Bodegraven-Noord. Maar soms kun je aan één plek zien hoe serieus we een hele wijk nemen.
Een dorp wordt niet alleen mooier van nieuwe stenen. Een dorp wordt mooier als er plekken blijven waar mensen elkaar tegenkomen, kinderen hun eigen wereld bouwen, en waar een bankje meer is dan een bankje.
Soms is dat bankje gewoon het kleinste dorpshuis van de wijk.
Dat was The Left Banke met Walk Away Renée, een van de mooiste baroque-pop singles van de jaren zestig. De groep kwam uit New York, maar klonk alsof pop opeens een afspraak had gemaakt met de concertzaal: strijkers, harpsichord, een altsfluit in de brug en daaronder een lied dat helemaal draait om verlangen.
Liedschrijver Michael Brown schreef mee aan de song, die vaak wordt verbonden aan zijn onbeantwoorde verliefdheid op Renée Fladen, de vriendin van bassist Tom Finn. Dat hoor je ook: dit is geen gewone break-upsong, maar een sierlijk soort hartzeer.
Geen geschreeuw, geen drama, eerder een nette jas waar vanbinnen een complete storm in zit.
En dat is misschien wel de kracht van The Left Banke: ze klonken gevoelig zonder slap te worden. Loesje-achtig gezegd: muziek weet precies wie je mist, nog voor je het zelf hardop zegt.
GETEKEND LOESJE
Datum
07/07/2026
Tekst
Een dorp groeit niet alleen met stenen, maar ook met plekken waar mensen blijven hangen.
Nu naar The Zombies, een Britse band die in de jaren zestig veel groter had mogen zijn dan de hitlijsten toen lieten zien. Care of Cell 44 is de opener van Odessey and Oracle, een album dat later terecht een klassieker werd. Het wonderlijke aan dit nummer is het contrast: muzikaal klinkt het licht en bijna zonnig, met sprankelende piano, warme harmonieën en die verfijnde arrangementen waar Rod Argent en de band in uitblonken.
Maar de tekst blijkt eigenlijk een liefdesbrief aan iemand die in de gevangenis zit en bijna vrijkomt. Precies dat maakt het zo sterk: geen somber gevangenislied, maar een lied vol hoop.
The Zombies stonden zelfs al op het punt van breken toen deze muziek verscheen, en juist daarom voelt het achteraf bijna magisch.
Soms levert een band zijn mooiste werk af precies als de scherven al op tafel liggen. Of, om het netjes muzikaal te zeggen: sommige refreinen houden het langer vol dan complete carrières.
Alter Bridge met topzanger Myles Kennedy is een van de betere hardrockbands van deze tijd, en dat hoor je ook in Holiday.
Het nummer komt van Pawns & Kings uit 2022, een album vol zware riffs en grote refreinen. Juist daarom valt Holiday zo op: het is een melodieuze adempauze tussen al het grotere geweld, zonder slap te worden.
Met Mark Tremonti op gitaar blijft de band altijd spierballen én muzikaliteit combineren. In Noord-Nederland is die holiday nu losgebarsten; hier is Alter Bridge.
Jackson C. Frank trok vanuit Amerika naar de Londense folkscene en maakte daar in 1965 zijn enige studioalbum, geproduceerd door Paul Simon.
Hij bleef tragisch onbekend, ondanks zijn enorme invloed en ondanks bewondering van mensen als Sandy Denny, Bert Jansch en later Nick Drake.
My Name Is Carnival is een sober en raadselachtig lied, vol dolende identiteit, alsof een eenzame joker zichzelf in een donkere etalageruit toespreekt.
Dit nummer hoort bij zijn debuutalbum uit 1965. Juist dat maakt het extra bijzonder hoe tijdloos het nog altijd klinkt.
PIETS UITSPRAAK
Introductie [Bas]
Vroeger kon je aan een dorp vaak zien waar het ophield. Aan de laatste huizenrij. Aan een sloot. Aan een weiland met koeien die je aankeken alsof ze de gemeentebegroting persoonlijk hadden afgekeurd. Aan een spoorlijn, een brug, een dijk of een provinciale weg.
Een dorp groeide langs zichtbare grenzen. Je zag waar gebouwd werd, waar een nieuwe straat kwam, waar een bedrijfshal verscheen, waar ineens een bord stond met: “Hier komen woningen.” En dan wist je: daar gaat iets veranderen.
Maar de nieuwe grens van een dorp ligt niet altijd meer boven de grond. Die ligt steeds vaker eronder. Onder stoepen, onder klinkers, onder asfalt. In kabels, verdeelstations en transformatorhuisjes. In een wereld die je niet ziet, totdat die zegt: tot hier, en voorlopig niet verder.
Want we willen nogal wat. Meer woningen. Meer laadpalen. Meer warmtepompen. Meer zonnepanelen. Meer elektrische bedrijfswagens. Meer scholen die klaar zijn voor de toekomst. Meer bedrijven die willen verduurzamen. Meer comfort, meer groei, meer vooruitgang.
En dat is allemaal logisch. Niemand verlangt terug naar een tijd waarin je bij wijze van spreken nog met een kaars naar de koelkast moest. Al zou dat de energierekening wel spannend maken. Maar vooruitgang heeft stroom nodig. En precies daar begint het te knellen.
Titel
De meterkast bepaalt straks hoe het dorp groeit
Uitspraak [Piet]
Sinds 1 juli is de vraag naar nieuwe of zwaardere stroomaansluitingen in gebieden met een vol elektriciteitsnet niet meer zomaar een kwestie van: aanvragen en aansluiten. Er wordt gekeken naar ruimte op het net. Naar wachtlijsten. Naar maatschappelijke prioriteit. Naar wat eerst moet, en wat misschien moet wachten.
En ineens wordt iets abstracts heel lokaal.
Want ook in Bodegraven-Reeuwijk zijn er plannen genoeg. Het centrum van Bodegraven moet aantrekkelijker en leefbaarder worden, met meer woningen, betere voorzieningen en een openbare ruimte waar mensen graag verblijven. In de Oude Rijnzone wordt gekeken naar nieuwe woonbuurten, bedrijventerreinen, boerenerven en groene ontmoetingsplekken. En bij Het Groene Goud zijn ongeveer 150 woningen gepland, waaronder sociale huur en betaalbare koop.
Dat zijn geen papieren dromen. Dat zijn toekomstige voordeuren. Kinderkamers. Keukentafels. Mensen die ’s ochtends koffie zetten, hun telefoon opladen, de wasmachine aanzetten en hopen dat de verwarming het gewoon doet.
Maar de vraag bij nieuwe plannen wordt niet alleen meer: waar bouwen we? Of: hoeveel woningen komen erbij? Of: past het in het landschap? De vraag wordt ook: kan het stroomnet dit aan?
Dat klinkt technisch, maar het is eigenlijk heel menselijk. Want als het elektriciteitsnet vol zit, raakt dat niet alleen grote bedrijven of ingewikkelde projecten. Het raakt starters die wachten op een woning. Scholen die willen uitbreiden. Ondernemers die willen overstappen op elektrisch vervoer. Mensen die hun huis willen verduurzamen. Een dorp dat vooruit wil, maar merkt dat de ondergrondse infrastructuur niet in hetzelfde tempo meegroeit.
En natuurlijk: er wordt aan gewerkt. Netbeheerders breiden uit, overheden maken afspraken, er komen prioriteiten en nieuwe werkwijzen. Maar het maakt wel iets duidelijk. De toekomst van een dorp wordt niet alleen bepaald in de raadszaal, op de bouwtekening of bij een informatieavond met koffie uit zo’n kan die altijd nét te lang staat.
De toekomst wordt ook bepaald door kabels die niemand ziet.
Misschien is dat de grote les van deze tijd. We kunnen niet alleen plannen maken alsof de basis vanzelf meebeweegt. Een wijk is niet alleen een rij woningen. Een bedrijventerrein is niet alleen grond met hallen. Een centrum is niet alleen winkels, woningen en parkeerplaatsen. Alles hangt aan systemen die vaak pas opvallen als ze vastlopen.
Dus als we praten over groei, moeten we ook praten over draagkracht. Niet alleen van bewoners, wegen en groen, maar ook van het stroomnet. Want een dorp kan nog zulke mooie ambities hebben, uiteindelijk moet het licht wel aan kunnen.
De nieuwe dorpsgrens staat misschien niet op een kaart. Er staat geen hek omheen, geen bordje bij, geen sloot met een bruggetje. Maar ergens onder onze voeten ligt een grens die steeds belangrijker wordt.
En misschien wordt de toekomst van Bodegraven-Reeuwijk straks niet alleen beslist door waar we bouwen, maar door de simpele vraag of de meterkast het nog trekt.
Dat was Sooshi Mango met Italian Coffee Shop.
Geen klassieke band, maar een Australisch comedytrio van Joe en Carlo Salanitri en Andrew Manfre, bekend van hun sketches over Italiaanse, Griekse en andere mediterrane families in Australië.
Hun humor draait al jaren om herkenning: de familie, de tafel, de espresso, het volume van een gesprek dat eigenlijk al een ruzie lijkt maar gewoon gezelligheid is.
Met Italian Coffee Shop maken ze van precies dat wereldje een muzikale knipoog.
Het nummer is licht absurd, vrolijk en zo vol clichés dat het bijna documentair wordt, en laat ik eerlijk zijn, dat is ook een talent.
Ze toeren momenteel door europa met hun show ‘Home made world tour’. Ze treden op 26 oktober op in Brussel – La Madeleine en daarna komen ze naar Amsterdam – de Meervaart op 27 en 28 oktober. Voor de 26 en 28e zijn nog tickets te krijgen dus wees snel!
Dat was La Roux met Babyline. Achter La Roux ofwel de Rooie staat nog altijd Elly Jackson.
Het nummer Babyline verscheen op 26 juni 2026 als nieuwe single van het komende album Old Flames, dat op 6 november uitkomt en daar zullen we je uiteraard meer van laten horen!
Jackson omschreef het nummer zelf als een lied over uit het donker komen en de weg terugvinden naar jezelf: gelukkiger, lichter en dapperder.
En dat gevoel hoor je er ook in terug.
Het nummer heeft glans, ritme en dat typische La Roux-gevoel van cool en kwetsbaar tegelijk.
Oftewel: muziek voor mensen die stijl hebben, of daar in elk geval heel overtuigend op hopen.
We springen terug naar 1987 waar de band Black met Wonderful Life, nummer 7 weet te bereiken in de welbekende Top 40.
Het nummer gaat over positief blijven wanneer het leven tegenzit.
Black was het muzikale project van Colin Vearncombe, die liet horen hoe je persoonlijke tegenslag kunt omzetten in een lied.
De top 40 werd toen gepresenteerd door Lex Harding op Radio 3. Dit is Black met Wonderful Life.
Roel C Verburg kan een hoop, maar hij is wel de slechtste rapper van de straat… luister maar!
AFSLUITING
Muziek
Vanavond trokken we muzikaal van funk naar folk, van baroque pop naar synthpop, en van een warme klassieker tot splinternieuwe klanken.
Mooie liedjes doen dat: die brengen veel verschillende werelden samen, maar laten je toch voelen dat ze allemaal over hetzelfde gaan, verlangen, herinnering, hoop en een beetje gezonde chaos.
Columns
In de columns ging het over plekken die een dorp maken en over grenzen die je niet ziet.
Over bankjes, buurten, kabels en meterkasten, dus eigenlijk gewoon over hoe mensen samenleven, zelfs als het onderwerp begint bij een parkje of een stroomaansluiting.
Programma info
Dit was de Muziek Experts, met ruimte voor songs met een verhaal, voor gedachten die nog even blijven hangen, en natuurlijk voor die mooie rubrieken die dit programma z’n eigen gezicht geven — van cultuur tot uitspraak, en van verrassende dwarsverbanden tot de Discografie van een artiest die het verdient om nog eens echt uitgepakt te worden.
Tip van de Redactie
Maar we sluiten niet af voor we naar de Tip van de Redactie gaan, en ik mag het weer zeggen … Piet vertel het eens..
De laatste maal deze maand vanwaar we gaan luisteren naar de fameuse Louis Armstrong, de grote Satchmo, laat op ‘Fantastic, That’s You’ horen dat zijn warme stem zelfs een lichte liefdessong glans geeft.
Het nummer staat op zijn album What a Wonderful World uit 1968.
SLOTZIN
Slotzin
En zo besluiten we deze uitzending, ga eens wat vaker het dorp in, want uiteindelijk begint samenleven soms gewoon bij een bankje of een meterkast.