Laten we eerlijk zijn: wat we dragen is allang geen bescherming meer.
Het is een uitspraak. Soms zelfs een uitdaging.
Niet alles hoeft nuttig te zijn om waarde te hebben.
Niet alles hoeft lang mee te gaan om betekenis te krijgen.
Sommige dingen bestaan gewoon… omdat ze mogen bestaan.
We leven in een tijd waarin comfort onderhandelbaar is
en smaak een vorm van vrijheid.
Waar stof niet alleen bedekt, maar ook verleidt, prikkelt en provoceert.
Praktisch is geen wet meer, maar een optie.
En wie zegt dat iets overdreven is, zegt vooral iets over zichzelf.
Misschien is dat wel de kern van nu: niet wat iets ooit was,
maar wat het vandaag voor je doet.
En als dat een glimlach is, of een kleine vorm van durf, dan is dat soms al meer dan genoeg.
We beginnen met een gewaagde constatering: Vroeger deed je de onderbroek opzij om billen te
zien.
Maar tegenwoordig moet je de billen opzij doen om de ‘onderbroek’ nog te kunnen zien. De
rijgveter die men zelfs nog een slip durft te noemen is het razendsnelle gevolg van uitvindingen en
verkooptrucs die alleen al het ontwerp van een onderbroek ingrijpend hebben veranderd.
Ik weet nog uit mijn jeugd dat je zoals ik als krantenjongen de kranten langs de plattelandswegen
rondom mijn dorp rondbracht dat je bijna door de was aan de vele waslijnen kon tellen of
bedenken hoeveel mensen er in die en in de volgende boerderij en werkmanshuisjes moesten
wonen. De grootste broeken, want dat waren het toen nog, waren die van de volwassen vrouwen.
En de lange waren van de mannen. Dan had je nog de meisjesdingen die vaak iets van kant
hadden en de jonge jongensbroeken met een duidelijk gulp erop dus.
Nu hebben, en ik denk toch vooral vrouwen, veel meer onderbroeken of slips of rijgveters in hun
kasten liggen dan bv. 60 jaar geleden. Dat zijn de drie typen die onderscheid. Dat komt natuurlijk
door de welvaart en de mode-uitingen die vaak opgedragen lijken waar je dan wel aan mee moet
doen. Want ik zie nog wel eens een type gewone witte onderbroeken in winkels liggen voor de niet
zo modebewuste mannen onder ons. Er zijn voor de mannen zelfs twee typen onderbroeken die
nu ook slips blijken te heten voor de man. De gewonere korte onderbroek en de bermuda-slip die
langere pijpen heeft. Die twee soorten zijn ook in zwang als zwembroek, hoewel veel zwembaden
de bermuda-variant in de ban hebben gedaan vanwege de hygiëne.
Er zijn zo veel soorten te koop. Ik koop geen slips met teksten als Bjorn Borg of die met sexy of
andere maffe teksten. Dat is mij te commercieel en vaak helemaal niet zo origineel. Laat ik
afsluiten met constatering dat de oude onderbroek niet eens zo raar was, want die had vaak na
lichamelijk gebruik nog een tweede leven in de recycling want met zo’n oude onderbroek kon je
tenminste je hel fiets nog een paar keer schoonmaken of zelfs poetsen.
Ik poets hem nu, aju.



